Skip to content

Max van Norden Posts

Twee Duiven

Twee duiven

Ik ben bijgelovig. Ik weet dat het onzin is, maar toch… Zo’n dertig jaar geleden werd ik wakker en er zat een magere, zeer jonge duif op de overvolle asbak naast mijn bed. Ik begreep niet hoe het arme dier binnnen was gekomen, want er stond geen enkel raam open, zelfs niet op een kier.

Er bleef eigenlijk maar een mogelijkheid over en dat was dat het dier naar binnen gevlogen moest zijn toen ik vanuit de kroeg de avond ervoor thuis gekomen. Dat had ik eigenlijk moeten merken, maar er was ook iets voor te zeggen dat ik, in de staat waarin verkeerde, iets over het hoofd had gezien.

Toch moest de binnengevlogen duif een omen zijn, zo oordeelde ik, nadat ik het scharminkelige dier gefotografeerd had. Goed nieuws kon het niet zijn, want ik had nog nooit zo’n doodzieke vogel gezien. Een week later ging door een zakelijke blunder mijn fotostudio bijna over de kop.

Dat incident bleek ik niet vergeten te zijn, toen gisteren een duif naar binnen vloog en me brutaal vanaf de kast aanstaarde. Deze keer keer was het een bijzonder doorvoed en gezond exemplaar – voor een Amsterdamse duif dan. Het dier verplaatste zich al snel naar de vensterbank en begon aan een minuten durende lokroep, waarna een andere duif verscheen. Na wat getortel begon de eerst verschenen duif te copuleren.

Het is dat de camera naast me lag waardoor ik een foto wist te maken, maar tijd voor een juiste instelling kreeg ik niet, want de hele actie duurde niet langer dan een seconde of vijf. (Vandaar de onscherpte, die ik niet uit modieuze, artistieke overwegingen veroorzaakt heb.)

Wat moest ik daar nu weer mee? Er werd me iets duidelijk gemaakt, daar bestond voor mij geen twijfel over. Bij het openen van mijn E-mail de volgende dag zag ik dat mijn werk in de permanente collectie van het Kinsey Institute opgenomen was. In plaats van een enkele tentoonstelling, leverde dat twee tentoonstellingen op.

Ik blijf nog even bijgelovig.

Het geluid van brekend glas

Tevreden zit ik hier achter een kopje koffie. Gisteren nog bij een medisch specialist geweest. Een week geleden had de man nog met veel bombarie en zorgelijke blikken via een van ‘n microcamera voorziene tuinslang hapjes uit mijn darmweefsel genomen om me gisteren – met een bijna teleurgestelde blik – te melden dat er niets bijzonders aan de hand was. “Neem er maar een borrel op!” zei hij nog bij de uitgang. Nou, dat had ik voor de zekerheid toch al een paar keer gedaan voordat ik zijn kantoor was binnen gelopen.

Nu achter de koffie met een lichte hoofdpijn kijk ik naar de verslaggeving van de rellen in Londen en volg ik Twitter voor de wat actuelere informatie. Ze waren bij CNN nog niet echt helemaal wakker of ze hadden “social media” als Twitter al de schuld gegeven van de goede organisatie achter de rellen.

Dat blijft toch altijd weer leuk. Eerst heb ik meer dan een vol decennium mogen luisteren naar de benepen geluiden uit de hoek van de gedrukte media en nu zijn de televisiezenders aan de beurt. Minstens twee drankjes had ik gisteren al genuttigd, na het lezen van het volgende nieuws: Twitter switch for Guardian, after 188 years of ink.

Ik herinner me hoe ik die ontwikkelingen heb voorspeld in 1994, staande voor een meute kettingrokende uitgevers, journalisten en boekverkopers. Ze dachten dat ik gek was geworden en staken hun minachting voor mij en mijn gedachten niet onder stoelen of banken.

Ik voel er nu ook veel voor om wat aardige voorspellingen te doen over hoe de brede beweging, die nu op de been is om ruiten van bankgebouwen in te gooien, verder zal groeien en zich niet tot bankgebouwen zal weten te beperken. Dit zijn geen anarchisten, zoals bij CNN wordt beweerd. Dit zijn gewone belastingbetalers. Werknemers, studenten.

Het gezicht van de anarchist is veranderd. De moderne anarchist ziet er een beetje uit als Bernard Madoff. Anarchisten zijn mensen die nu nog ondanks de ineenstorting van de economie over onwaarschijnlijk veel kapitaal beschikken. Die gedachtengang is niet geheel fair – ik weet het – maar leg dat die mensen maar eens uit die hun eigen belastinggeld bij een door hun gesubsideerde bank terug mogen lenen om deze crises het hoofd te bieden.

Genoeg. Het weer is te mooi voor sombere gedachten en die hoofdpijn is nog niet helemaal weg.

Gezond ogende zuurpruimen

SmokeIk begin me zo langzamerhand af te vragen hoeveel mensen een betaalde dagtaak hebben aan het dood stressen van rokers. Nu weer een bericht dat een onderzoek heeft uitgewezen dat rokers die veel groente en fruit eten een grotere kans hebben op kanker aan de dikke darm. Wat zijn dat voor misantropen die zoiets gaan onderzoeken?

Als fervent roker ben ik bereid te sterven aan de schadelijke gevolgen van nicotine en teer, maar ik wens niet langer opzettelijk depressief gepest te worden door allerlei medische querulanten.

Nu kan ik ook geen appeltje meer pakken, of een bakje sla tot me nemen zonder daarbij beelden van dikkedarmkanker te krijgen. Dit, nadat ik al jaren geleden vrede gesloten heb met die teksten op pakjes sigaretten over verouderde huid, impotentie, verstopte bloedvaten, hartkwalen, longkanker en beroertes. Zelfs het recente rookverbod in de horeca doet me in het geheel niets meer, omdat ik inmiddels exact weet waar ik wel mag roken.

Je kunt het vaak aan de buitenkant van de horecagelegenheden al zien. Loop je weer aan zo’n met neon verlicht aquarium voorbij, gevuld met een handvol zeer gezond ogende zuurpruimen, dan weet je – dan voel je – dat daar niet gerookt mag worden. Zit een gelegenheid daarentegen bomvol en bruist het van de gezelligheid, dan kun je er vrijwel zeker van zijn dat ze soepel zijn als het roken betreft.

Tegen niet rokende generatiegenoten zeg ik vaak: “Ga jij maar lekker op je 80ste in een verpleegtehuis met een tekort aan personeel liggen uitdrogen; ik stap er liever wat eerder uit.” Ik ben een geëmancipeerd roker. Ik neem beslissingen over mijn leven en mijn levenseinde. Blijf ik tot grote teleurstelling van de antirook milities tot mijn negentigste kerngezond, dan zal ook niemand me horen klagen, maar ik wens niet langer in de vorm van accijnzen mee te betalen aan onderzoeken die me de pret in gezond eten ook nog eens gaan ontnemen.

Het wordt zo langzamerhand echt een principezaak voor me. Al moet ik mij over een paar jaar wegens COPD met zuurstof flessen op mijn rug door de stad verplaatsen, ik zal blijven roken!

Wat ik eens zag als een slechte gewoonte, kan ik nu alleen maar zien als een duidelijk en voor iedereen zichtbaar protest tegen de grenzeloze betutteling die deze stad en ver daar buiten totaal aan het verzuren is.

Nog zo’n bofkont

Ik ben ooit misbruikt op mijn twaalfde in een ziekenhuis. U begrijpt vast wel hoe ongeveer, maar niemand heeft me ooit echt geloofd. Ik was een “bofkont” zoals de zaalgenoten op de afdeling het noemden. Vrouwen doen immers niet aan seksueel misbruik.

Vandaar dat ik vandaag met grote interesse een artikel op Nu.nl heb gelezen over een Russische kapster die de overvaller van haar zaak met wat Oosterse vechtsport vloerde en haar klanten vertelde dat ze de politie ging bellen. So far, so good.
In plaats van echter de politie te bellen, bond ze de man aan een verwarmingselement vast en voerde hem Viagra en speelde dagen “seksspelletjes” met hem. Ook voorzag ze hem van 2000 Roebel en een nieuwe spijkerbroek.

Ze was dan ook zwaar verontwaardigd dat de man alsnog aangifte had gedaan van verkrachting, waarop zij natuurlijk alsnog een aanklacht deed wegens overval.

Ik roep al jaren dat het bijzonder fijn is dat mijn generatie mannen heeft geleerd dat wanneer een vrouw nee zegt, dat zij dan ook daadwerkelijk nee bedoelt.

Nu de dames nog. Eerst braaf naar gedragstherapie en dan die top-functies in het bedrijfsleven, zou ik zeggen.

Laatst heb ik nog onder juridische druk een artikel over seksueel misbruik van een vrouw van middelbare leeftijd naar minderjarige koeriers op haar werk moeten verwijderen en dat vond ik bijzonder unfair, omdat mijn feiten klopten.
Werk aan de winkel voor Plassterk, zou ik zeggen.

Eindelijk weer verbaasd

Een van de weinige nadelen van het ouder worden is dat het vermogen verbaasd te raken zo sleets raakt dat het op een goede dag gewoon verdwenen is. Toch heb ik me gisteren zeer verbaasd en wel op Facebook. Dit jaar doe ik met mijn werk mee aan een uiteenlopende reeks evenementen in de USA, dus het is uitermate handig om alle contacten in een enkel netwerk bijeen te hebben.

Een goed deel van mijn werk wordt daar soms omschreven als fine art photography, maar vaker als erotic art en heel soms – vooral in de zuidelijke staten – als pornography. Ik vind al die beschrijvingen even prettig, want ik ben me er terdege van bewust dat mijn werk een seksuele lading heeft. Dat leidt er uiteraard ook toe dat bepaalde werken meer gewaardeerd worden vanwege de aantrekkelijkheid van het model dan mijn geploeter met camera, licht en compositie. Dat merk ik wanneer ik via mijn contactformulier een bericht ontvang van een onbekende man die mij – zonder enige terughoudendheid – meldt dat hij zich een paar keer goed klaar heeft gemaakt bij mijn werk.

Ook dat ervaar ik niet als storend, want je zult maar zo’n vak hebben, waarbij je het geluk als het ware naar de mensen toebrengt.

Hoewel mijn statistieken een ander beeld leveren, denk ik vaak aan mannen als mijn voornaamste doelgroep, zeker als het foto’s betreft waarop vrouwen afgebeeld staan. Ik ben immers opgegroeid in een tijd dat seksuologen er zeker van waren dat vrouwen minder door beeld geprikkeld konden raken dan mannen.

Gisteren klapte echter plotsklaps mijn chatvenstertje op Facebook omhoog en een lesbische vrouw van begin dertig begon in geuren en kleuren te vertellen hoezeer ze opgewonden raakte van mijn werk. Ik bedankte haar vriendelijk, maar dat was niet genoeg.

Nadat ze eerst gemeld had dat ze op haar werk zat en er ongevraagd aan toevoegde dat ze zich met zichzelf zat te spelen, moest ik haar alles vertellen over hoe mijn werk tot stand kwam.

Ik heb van huis uit geleerd beleefd te zijn, dus met enige terughoudendheid vertelde ik haar wat gortdroge anekdotes, totdat ik uiteindelijk zwetend van de zenuwen (ik ben een zeer onhandige chatter) achter mijn toetsenbord zat, terwijl van haar kant alleen nog zeer ongeremde seksuele kreten terugkwamen.

Ik was verbaasd, zeer verbaasd. Eindelijk!

Vrouwvriendelijk

smoking gunMet enige regelmaat word ik in nieuwsfeiten verrast door de hardheid van de hedendaagse vrouw. Vooral wanneer ze zich van hun kinderen ontdoen. De een gooit ze simpelweg van de derde etage van de Bijenkorf, de volgende vindt de gracht een prima plek om het nageslacht te verdrinken en weer een ander vergeet haar baby gewoon in de auto op weg naar het werk, begint vervolgens vol goede moed aan een dag arbeid en wordt aan het einde daarvan toch nog ongevraagd aan haar baby herinnerd, omdat die inmiddels uitgedroogd en dood in het kinderzitje hangt.

Even verassend is hoe Justitie met twee maten meet. Zou ik als man mijn kind van de Euromast gooien, dan zou mij dat op een behoorlijke gevangenisstraf met TBR komen te staan, maar voor de dames gelden andere wetten. Zij zijn “in de war” en “hebben hard psychische hulp nodig”. (Dat vind ik trouwens van de meeste vrouwen van mijn generatie, maar dat is nu even niet relevant.)

Vandaag kreeg ik toch weer een glimlach om de lippen toen ik een nieuwsbericht las over een vrouw die kennelijk in een uit de hand gelopen ruzie met haar echtgenoot door het hoofd geschoten was en dit overleefde, waarna ze toe moest/mocht zien hoe haar echtgenoot zichzelf van het leven beroofde. Vervolgens stond ze op en liep naar het fornuis om een potje thee te zetten. Toen Sheriff Mike Byrd van Jackson County, Mississipi arriveerde, bood ze hem ook een kopje aan.

De vrouw ligt nu in het ziekenhuis en men verwacht dat zij geheel zal herstellen. Voor zo’n vrouw kan ik dan alleen maar weer bewondering opbrengen. Vandaag voel ik mij dan ook geheel vrouwvriendelijk. Opmerkingen als: “Daar heb je die kutwijven weer!” hou ik dan ook netjes voor me.

In plaats daarvan wuif ik Tammy Sexton (47) in het ziekenhuis een warm “Bravo!” toe.

Mooi heupje

Mooi heupje
Het gebeurt nog zelden dat ik bewonderd word om mijn fysiek, maar nu liep toch een gedistingeerde heer op leeftijd in een mooie, witte doktersjas door de gang van het ziekenhuis en bij elke andere witte jas die hij tegen het lijf liep, klonk weer diezelfde tekst: “Mooi heupje! Niet te geloven zo mooi en tien jaar oud!” Vooral dat laatste “tien jaar oud!” bracht bewondering op de gezichten van de collega’s.

Het betrof de kersverse foto van mijn rechter kunstheup. Ja, voor u links en voor mij rechts.

Ik heb die afbeelding toch maar geplaatst, niet uit trots, meer uit tevredenheid. Ik had er overigens nooit een bericht aan gewijd, als ik niet op mijn vorige, Engelstalige blog af en toe in de Search Meter zoekopdrachten had aangetroffen – in het Nederlands – over mijn welzijn. Soms bizar, zoals: “Een kunstheup gaat toch niet eeuwig mee?” of mysterieus: “Hans ziek? Alweer?” etc.

Mochten die mensen hier nog eens langs komen, dan kan ik ze verzekeren dat er voorlopig alle reden is om aan te nemen dat mijn kunstheup van titanium en porselein langer meegaat dan ik.