Skip to content

Category: Nooit meer naar buiten

Hasselt

Door de voorbereidingen voor de XXX group show in New York en een onverwachte longontsteking is de tentoonstelling in Hasselt me eigenlijk een beetje ontgaan.

Weinig mensen zullen het met me eens zijn, maar ik vind het altijd weer heerlijk om met Amerikanen te werken.

Ze werken met volledige overgave, blind voor alles dat buiten hun doel valt. Ik hou niet zo van typisch Nederlandse uitspraken als: ‘Voor de file thuis zijn’ of ‘Zaken over het weekend heen tillen.’ Een aangename afwisseling dus, maar ook vermoeiend door het verschil in tijdzones.

Tussendoor heb ik ook nog het voorwoord geschreven voor een boek met gay art. (Zie capolavoroart.com) Het mochten 500 woorden worden; kort dus en dat is een prettige uitdaging. Ik hou van korte teksten met veel inhoud, al zult u er hier op dit blog weinig van merken.

Voor het archief plaats ik hier nog even de links naar de persberichten van de Hasselt tentoonstelling en de poster.


Persbericht / Press release: Back & Forth Exhibit – [ English ]

Kathedraal Utrecht CS

Mijn grootvader, machinist bij de Nederlandse Spoorwegen tot eind jaren vijftig, moet zich gisteren driemaal omgedraaid hebben in zijn graf, toen de trein die mij van een bezoek aan mijn moeder terugbracht naar Amsterdam bij Driebergen-Zeist stopte en de machinist omriep dat we teruggingen naar station Arnhem omdat de machinist in de trein voor hem ‘een zachte klap’ had gevoeld en vermoedde dat iemand voor zijn trein was gesprongen.

Het lijkt me dat wanneer je als machinist gewoon recht vooruit kijkt – een van de weinige taken van belang die je moet uitvoeren – je heus wel weet of er iemand voor je trein is gesprongen, maar in principe zou dat verhaal kunnen kloppen. Tegen de zijkant van een rijdende trein aanspringen kan immers ook. Het zijn niet de slimste mensen die de weg niet kunnen vinden naar de driftig adverterende levenseindeklinieken.

Dat de gemiddelde Nederlandse passagier minder dom is dan de gemiddelde NS-medewerker bleek al snel, want men liep elkaar onder de voet om uit die stilstaande trein te komen. Ieder voor zich had uitgerekend dat er vanaf Arnhem geen laatste trein meer ging die hen nog diezelfde dag thuis zou kunnen brengen.

Het was immers ook nog eens Eerste Kerstdag.

Je zou denken dat er genoeg kantoorpikken, machinisten en buschauffeurs in het land zijn die een goed excuus konden gebruiken om verlost te worden van een heilig avondje met de schoonfamilie, maar de NS ondernam gewoon helemaal niets. Ondertussen braken er schermutselingen uit tussen mensen die uit die afgeladen trein waren gekomen en probeerden om zich massaal in een reguliere streekbus te vechten.

Dat had ik vaker meegemaakt. Voor mij, als iemand voor wie het onmogelijk is om op twee slechte heupen staande te blijven in een schommelende bus, was dat sowieso geen optie. Dan maar een taxi bellen. Door het jarenlange geblunder van de NS ben ik immers geheel gewend geraakt aan het onderhandelen met taxichauffeurs over langeafstandsritten.

De eerste taxi die ik gebeld had werd geclaimd door een groep Tokkies die beweerden eerder gebeld te hebben, maar ze wilden niet even in hun telefoon laten zien dat dit ook werkelijk zo was.

Twee wat oudere en wat hoerig uitziende dames van middelbare leeftijd hadden inmiddels een passerende automobilist die eruit zag als De Dood van Pierlala tot stilstand gebracht en dusdanig opgegeild met omhelzingen dat zij konden vertrekken. Uit de omlaaggedraaide raampjes van die auto juichend en middelvingers opstekend naar de achterblijvers verdwenen zij uit zicht.

Ik zat ongemakkelijk op de rand van een muurtje dit alles gade te slaan en dacht: Dit is Nederland, dat land dat ik al van kinds af aan niet serieus heb kunnen nemen.

Uiteindelijk kwam onze taxi en de chauffeur zag de menigte mensen die op een taxi stond te wachten en liet zich snel overtuigen om ons niet mee te nemen door een groepje criminele jongeren die met onwerkelijke bedragen fooi begonnen te schermen.

Inmiddels dacht ik: Laat iedereen in godsnaam maar eerst vertrekken, want ik wacht wel op de laatste taxi zodat ik in ieder geval mijn waardigheid kan behouden door geen al te vervelend gedrag te vertonen.

Een half uur later kregen we die taxi. Met een oplichter als chauffeur, maar een kniesoor die daar dan nog een punt van maakt en hij zette ons – na een korte stop zodat onze medepassagiers nog even konden pinnen – af bij Utrecht CS.

Ik was de laatste tijd nog niet op dat station geweest, maar ik keek mijn ogen uit. Een ware kathedraal heeft de immer falende NS daar neergezet. Je zou bijna gaan denken dat de NS haar passagiers serieus neemt. Schiphol steekt bleekjes af bij dat station, maar goed dan ga je de roltrap af naar het perron en vervolgens kom je in een ruimte terecht die eruit ziet als een deel van de oude, Duitse Atlantikwall.

Dan ben je meteen weer terug in de realiteit en weet je weer hoe de jongens en meisjes op de kantoren van de NS écht over passagiers denken.

Eakins

A few months after I founded AMEA in 1996, a Message Board was added, based on a CGI programme written by Matt Wright. Pornography was a booming business in these early years of the Internet, so soon there were many ‘webmasters’ promoting their sites on this board. It was simply too much pornographic SPAM for a site specialized in erotic art. So the old board was soon replaced by forum software, giving me more options to moderate posts. I named this new forum the Hidden Archives and it became a success.

Unfortunately I was a moderator from hell. I insulted a lot of visitors and that was fun in the beginning. Most people are masochists at heart and those who were not loved to see others get humiliated. But the discussions became more and more political and that is a bad thing for a site promoting erotic art.

My rants on the war in Iraq, Americans in general (who then still proudly thought of themselves as representatives of the land of the free and felt comfortable with the word ‘patriot’) grew longer and became more emotional. More and more visitors joined the site, but it simply wasn’t fun any more and I closed the forum some years ago.

With every heated debate there was one member in particular who stayed neutral. His nick was EAKINS and he had found another way of reminding me of what I was doing by creating TUATs. (Totally Unauthorized Avatar Tweaks)

Hans van der Kamp by Mike Eschbach

Waffel houden

Mijn vader stond met geheven hand voor me. ‘Als jij nu eens je waffel hield!’ beet hij me toe. Ik zat in een verhoogde kinderstoel, was drie jaar oud en kennelijk al verbaal genoeg om deze uitbarsting bij hem teweeg te brengen. De lieve man heeft mij nooit in zijn leven geslagen, maar op dat moment scheelde het maar een haar. Ik heb alleen nog dat beeld. Wat ik gezegd heb weet ik natuurlijk niet meer, maar wel dat ik voor mijn moeder opgekomen was in een ruzie tussen mijn ouders.

Op de Middelbare School werd ik tot twee keer toe geschorst. Eenmaal omdat ik als opstel voor het vak Nederlands een interview met god had geschreven, waarin ik het opperwezen beschreven had als een drankzuchtige homoseksuele joodse man die een heftige knipperbolrelatie met Judas onderhield terwijl hij netjes samenwoonde met Petrus die hem van de drank probeerde te houden door vooral niets door te geven van wat er op aarde geschiedde. Een god dus die nog nooit van de Holocaust had gehoord. De precieze reden van de tweede schorsing ben ik kwijt, maar het had iets te maken met wat ik over onze docenten had geschreven in het schoolkrantje.

Ik begon mijn serieuze arbeidzame bestaan bij de Nieuwe Revu, waar in die tijd eigenlijk twee mensen een belangrijke rol speelden; Fons Burger, naar ik meen een van de oprichters van de VVDM oftewel de vakbond voor dienstplichtigen en Derk Sauer die in die tijd als journalist nog een bijzonder hoge pet op had van massamoordenaar Pol Pot. Beide heren zijn inmiddels uitgegroeid tot vrije markt fundamentalisten van formaat, maar toen liepen ze nog hard voor hun Socialistische Partij en hun BV met de naam TILT, waarmee geld uit de Geïllustreerde Pers werd getrokken om documentaires voor de noodlijdende VPRO te maken over vrijheidsbewegingen in Midden-Amerika, die net zo links en idealistisch waren als moordzuchtig. De heren regeerden het tijdschrift als een Medvedev/Poetin tandem.

De toenmalige redactie was ook niet te beroerd om de kraakbeweging wat geld toe te steken om een incident te creëren op een door ons van tevoren bepaalde plek zodat we onze fotografen klaar hadden staan voordat de pleuris uitbrak – om het plat te stellen.

Ik was niet zo links en al helemaal niet idealistisch, dus ik mocht mij slechts begeven op het terrein van tieten/kontreportages die de socialistische boodschap aantrekkelijk moesten verpakken voor de gewone man. Bloot met een journalistieke lading, zeg maar.

Met die ervaring schopte ik het uiteindelijk later tot hoofdredacteur van twee blootbladen, de Playgirl en High Society waarmee ik weer voortdurend voor de rechter kwam te staan om zakelijke beslissingen en niet om wat ik schreef of toonde in het blad. Ik herinner me dat alles wat toch geproduceerd werd ook nog eens voor de Vlaamse markt gecensureerd moest worden met stickers op de voorplaat.

Uiteindelijk schreef ik een roman over die ervaringen en al voordat het boek in de winkel lag stond ik voor de rechter vanwege voorpublicaties in Propria Cures. Mijn toegewezen advocaat Lex Dura van Vrij Nederland, pseudoniem voor de latere Deken der Advocaten Leon Kempers trok zich 14 uur voor het kort geding terug en mij werd een toen onbekende advocaat toegewezen die Eberhard van der Laan heette. Deze wenste mij pas te verdedigen als ik mijn uitspraken over de politie van Amsterdam en mogelijke infiltratie daarvan door de plaatselijke georganiseerde misdaad in zou trekken.

Zo gezegd, zo gedaan. In mijn sleutelroman die uiteindelijk wel verscheen bij uitgeverij L.J. Veen had ik ruim aan zelfcensuur gedaan, vooral om mijn naasten te beschermen. Zelf stond ik al op een dodenlijstje en was ik ondergedoken.

Aan zelfcensuur, iets wat voor mij nog steeds gekoppeld is aan dat beeld van mijn vader die me toebeet mijn waffel te houden, doe ik nog steeds.

Vooral op Facebook en ik heb me daarbij neergelegd, maar tegelijkertijd heb ik mij voorgenomen om op dit blog nu eens alles te gaan opschrijven wat ik in een leven lang werken voor vrije media niet heb mogen opschrijven.

Collega’s

Recentelijk heb ik mijn Facebook account opgeheven om allerlei redenen waar ik vast nog wel eens op terug zal komen. Dat ik het nu meld is omdat ik daar een fotograaf in mijn contactenlijstje had die ik zeer bewonder.

Wat me echter aan hem verbaasde was de manier waarop hij over zijn eigen werk sprak. Plaatste hij een serie foto’s die hij twee jaar, of misschien drie jaar geleden had gemaakt dan noemde hij die werken rustig ‘oude meuk’.

Nu heeft de lieve man naar mijn beste weten – in tegenstelling tot veel van zijn collega’s – vrijwel nooit ‘meuk’ geproduceerd, dus ik kan zijn bescheidenheid op prijs stellen. Een verademing vergeleken bij de weliswaar zeer getalenteerde Erwin Olaf die niet alleen graag de loftrompet blaast over eigen werk, maar vooral niet aarzelt om zich extreem negatief uit te laten over het werk van anderen, waardoor hij soms wat ordinair overkomt voor een man van zijn niveau.

Voor mij is het anders; ik koester mijn oude meuk en niet alleen omdat de serie Rockers die ik in 1977 als eerste complete serie maakte me indertijd weliswaar aan de rand van een faillissement bracht, maar wel nog dertig jaar later druppelsgewijs voor wat inkomen zorgde.

Er zal bij mij sowieso vrijwel nooit een foto op mijn site staan die niet op z’n minst drie jaar oud is. Wijk ik af van die regel, dan heb ik daar vrijwel altijd spijt van. Op de een of andere manier duurt het lang voordat ik mijn werk los kan zien van de persoon of de personen die ik heb gefotografeerd.

Bovendien ben ik ervan overtuigd dat een foto die vandaag goed is en over tien jaar niet meer, sowieso nooit de moeite waard is geweest.

Een tijd geleden kwam ik telefonisch in gesprek met de eerste fotograaf voor wie ik ooit als assistent werkte en van wie ik ook bijzonder veel heb geleerd. Ik zal ook zijn naam niet noemen, want van het idee dat ik wat van hem geleerd zou hebben, moet hij vast braken. Hij vindt mij een waardeloze fotograaf en hij uitte dat recentelijk nog door mij hartelijk toe te roepen dat hij op het Internet gezien dat ik nog steeds ‘dezelfde oude rotzooi’ maak.

Zelf is hij wel failliet gegaan en hij doet nu zwarte klusjes in de bouw, maar dat heeft hem als doorgewinterde productfotograaf geen enkele bescheidenheid bijgebracht. Zo vind je ze alleen in Utrecht, denk ik dan altijd, en dat is nu ook weer niet bijzonder netjes van mij.

Of ik nu rotzooi maak of niet, ik beleef er veel plezier aan en ik hoop dat mijn oude werkgever, die mij vrijwel nooit een cent betaald heeft, met net zoveel plezier ’s avonds het cement uit zijn kleren klopt.

Toch zijn er ook uitzonderingen. Soms publiceer ik een foto vrijwel meteen, zoals bovenstaande foto ‘Schanulleke’, de derde foto uit een sessie van 458 opnamen. Ik geloof dat ik die foto binnen twee weken ingestuurd heb naar de juried art competition van het Kinsey Instituut van 2009, waar hij door een zware selectie kwam, zelfs in de permanente collectie belandde en nu opnieuw in hun laatste tentoonstelling ‘Gender Expressions’ is vertegenwoordigd.

Van die foto wist ik meteen de volgende dag dat hij goed was, alleen zou ik nu nog niet eens precies kunnen formuleren waarom dat zo is en dat vind ik nu zo mooi aan fotografie. Niet alleen het proces is mysterieus, maar vooral ook het resultaat.
 
Gender Expressions Poster

Grote bekken, smalle schoudertjes

‘Regeerakkoord kent pijn voor iedereen’ kopt de Volkskrant. Moet ik nu juichen of zo? De minima gaan er naar schatting van ambtenaren die er wel vaker naast zitten geloof ik 0.2% op vooruit, maar ik ben slecht met cijfers en heel goed in het herkennen van oplichters. Zo heeft iedereen zijn goede en slechte kanten.

Wel mooi nieuws dat Lodewijk Asscher nu de prostitutie in Den Haag in goede banen kan gaan leiden, in plaats van de Wallen te slopen.

Het zal aan die moderne kostuums liggen, maar voor mij ziet het er op foto’s uit alsof er een kabinet op komst is van grote bekken en smalle schoudertjes.

Ook schijnen we blij te moeten zijn met ‘weer een mannenbolwerk dat geslecht wordt’ en dat zie ik ook al niet. Ik vind dat er eerst eens even een paar vrouwenbolwerken gesloopt moeten worden. Laten we beginnen met dat damesbolwerk dat zich in juridische zin bemoeit met kinderen in problemen.

Toegegeven, ik zou als ik een groot erf had en niet over geld voor een alarminstallatie beschikte beslist een Dobermann teef aanschaffen in plaats van een reu, maar om dat nu zo ver door te voeren om ook een vrouw op Defensie te zetten, kan ik niet op voorhand als vooruitgang zien. Maar goed, we laten ons graag verrassen.

Is het niet omdat de banken straks *niet* om geld komen bedelen, dan toch wel omdat we de beste minister van Defensie in heel Europa hebben.

Voorlopig herinner ik me die rij vrouwen op Verkeer- en Waterstaat van de vorige eeuw nog te goed. Eén grote polonaise van herintredende huismoeders die de corruptie in de aannemerswereld zo geweldig vooruit geholpen hebben.

U zult het vast met me eens zijn dat vrouwen gewoon te conflict gericht zijn en te hormonaal instabiel voor geweldsgevoelige functies. Of toch niet? Denk dan maar aan Hillary Clinton en haar rol in de Libië-crisis of aan Thatcher en de Falklands.

Of kijk eens naar dat YouTube-filmpje waarin een Nederlandse vrouwelijke agent – geheel volgens het boekje – een zwerver in elkaar trapt. Om over de vele duistere schietincidenten veroorzaakt door vrouwelijke agenten maar te zwijgen.

Ja, u hoort het al, wat mij betreft kan dat hele clubje nu al naar huis. Tijd voor iets anders. Een Europese regering? Ja, wat mij betreft wel. Of we nu hier al die klaplopende ambtenaren in dienst houden, of voor hetzelfde geld goed bevriend raken met een paar landen waar de zon wel schijnt, dat lijkt me geen moeilijke keuze.

Klopgeest

Ik ga voor mijn plezier naar Nikon voor het schoonmaken van de sensor van mijn D3, of naar Calumet om papier te kopen, omdat ik daar andere fotografen ontmoet en dat is altijd een genoegen.

Fotografen zijn in tegenstelling tot schrijvers en journalisten bijzonder collegiaal. Misschien komt het omdat fotografen vaker in een kluitje op elkaar staan om iets vast te leggen. Er is dan eenvoudigweg geen andere werkbare oplossing dan rekening met elkaar te houden.

dolletje

Zo zat ik eens geknield op de eerste rij bij de opening van een evenement en na een minuut of vijf was ik de toespraak van de organisator geheel zat en stond ik bruusk op, zonder rekening te houden met de zoomlens die een collega achter me over mijn schouder had gestoken, waardoor zijn camera op de klinkers belandde.

Ik verontschuldigde me omslachtig, maar de benadeelde fotograaf haastte zich te zeggen dat het zijn eigen schuld was, omdat hij immers had kunnen verwachten dat ik vroeg of laat op zou staan.

Het is diezelfde collegialiteit die er voor zorgt dat ik vaak modellen ‘doorgespeeld’ krijg van andere fotografen die mijn werk kennen en goed aanvoelen met welke mensen ik graag zou willen werken.

Naarmate mijn zoektocht naar modellen – die nu vrijwel alle facetten van het seksuele spectrum vertegenwoordigen – zich uitbreidt ben ik echter steeds meer aangewezen op speciale dating sites. Zelf mis ik de sociale handigheid voor het leggen van goede sociale contacten via zoiets abstracts als een website, dus ik ben al minstens tien jaar afhankelijk van derden om dat namens mij te doen.

Had ik dat contacten leggen niet uitbesteed dan was ik waarschijnlijk ook nooit tegen mensen aangelopen die zich met dollification bezig houden.

Als jonge fotograaf ging mijn interesse vooral uit naar portretfotografie en ik vind nog altijd dat mijn naakten vooral portretten zijn. Nooit zal ik het lichaam als een landschap zien en het komt al helemaal niet in me op om bij het bepalen van de compositie het hoofd van de gefotografeerde eenvoudigweg bij de hals af te snijden.

In mijn begeleidende teksten voor tentoonstellingen staat dan ook steevast de regel: ‘If a nose tells us something about the person portrayed, why should any other body part be less informative?’ Vaak denkt men dan dat ik grappig wil zijn, maar het tegendeel is waar.

Door jaren ervaring voorzie ik problemen die op kunnen treden tijdens een fotosessie al voordat ik mijn lichten ontstoken heb, maar bij de eerste opnamen met dollification als thema voelde ik me totaal onthand.

Nooit eerder had ik mij zo duidelijk gerealiseerd dat mijn regie in eerste instantie gericht is op de gelaatsuitdrukking van het model. Pas daarna ga ik aan de poses werken.

Toen Joep, mijn eerste model in de dollification serie (zie bovenstaande foto) het latex masker over zijn hoofd trok, had ik nog weinig in de gaten totdat het fotograferen daadwerkelijk begon. Opeens voelde ik me een dove die een orkest moest dirigeren. Er viel niets te regisseren aan een gelaatsuitdrukking en er was geen echt oogcontact.

Alle routines die ik in jaren had opgebouwd waren van het ene op het andere moment totaal nutteloos geworden en er werd een uitdaging gesteld die heel bevrijdend werkte.

Mijn manier van werken is immers sinds de Rockers uit 1977 eigenlijk niet wezenlijk veranderd, hooguit mijn manier van verlichten.

In de jaren zeventig riep ik vaker dan mijn toehoorders welgevallig was dat er maar één zon was en dat er dus maar één lamp in een studio thuis hoorde en zoals het zonlicht van karakter verandert door reflectie in de wolken of objecten, zo trachtte ik die effecten met reflectoren te benaderen. Een niet onhaalbaar, maar wel moeizaam uitgangspunt als je zoals ik graag zwart tegen zwart fotografeert.

Dus nu staan er steevast twee lampen, waarvan de tweede als een klopgeest uit een ver verleden voortdurend lijdt aan technische storingen.

Ik kon het niet laten (2)

Mark Rutte

Je fotografische vaardigheden gebruiken om met wat slordig knip- en plakwerk en van Google geroofde afbeeldingen een cartoon te maken is natuurlijk ver beneden mijn stand en het doet ook zwaar af aan mijn geloofwaardigheid als internationaal exposerend fotograaf, dat begrijpt u wel.

Maar god, wat lucht het altijd op… Heerlijk!

Meer dan een half uur wil ik eigelijk aan zo’n afbeelding niet besteden. Dus de Photoshop work flow, zoals ze dat zo mooi noemen, lijkt nogal op gooi- en smijtwerk. Er hoeven geen schoonheidsprijzen gewonnen te worden wanneer het de behendigheden met maskers in Photoshop betreft. Een eerste vereiste is nu juist dat het zichtbaar knip- en plakwerk is. Het is immers geen poëzie.

Ooit ben ik, ergens rond 2002 definitief tot het knippen en plakken verleid door EAKINS, een vast lid van het Hidden Archives forum van AMEA, waar ik administrator/moderator was. Hij plaatste een paar afbeeldingen die op milde wijze de spot dreven met mij en een aantal andere regelmatige bezoekers van het board. Hij gebruikte daarvoor onze avatars en noemde zijn spotprenten TUATs, kort voor: Totally Unauthorized Avatar Tweaks.

Op een prettige manier raakten we in een soort competitie verwikkeld. Ik besteedde veel tijd om uit te vinden waarom zijn TUATs duidelijk zoveel beter waren dan de mijne en het eerste wat me opviel was dat hij niet te sterk naar de realiteit leunde. Een hoofd was bijvoorbeeld wel eens buitenproportioneel groot in verhouding tot een lichaam, terwijl ik uren zat te schuiven met maskers totdat een gezicht ook precies op schaal in een ander lichaam paste. De lichtval moest kloppen, de kijkrichting, alles eigenlijk.

Daar werd ik ook steeds beter in. Sommige TUATS waren niet van echte persfoto’s te onderscheiden. Vrolijk plakte ik de hoofden van Amerikaanse Hidden Archives leden in foto’s van militaire acties in Iraq. Hoewel het mij grote technische voldoening bracht, had ik zonder me daarvan bewust te zijn de spot uit het woord spotprent gehaald. Sommige mensen raakten diep beledigd en terecht.

Dat ik er af en toe mee doorga heeft veel te maken dat ik passief zoveel informatie verwerk, waarvan ik weet dat het oeverloos gezwam is van onderbetaalde journalisten, dat ik sterk de behoefte voel af en toe ook eens ergens op het web een scheet te laten, om het maar plat te stellen.

‘Het volk heeft gesproken,’ zei Rutte deze week en hij begon te ‘werken’ aan een coalitie die driekwart van het volk, waaronder zijn eigen achterban, niet geheel ziet zitten en teleurgesteld als ik ben in Nederlandse politici kon ik niet anders denken dan dat Rutte helemaal niet van plan is om met de PvdA te gaan regeren, maar dat zijn geflirt met Samsom – die hem verbaal en inhoudelijk de baas lijkt te zijn – hoofdzakelijk bedoeld is om de PvdA in het oog van datzelfde volk verder van links te vervreemden om daarmee eventuele andere coalitie-opties bij voorbaat op de helling te plaatsen. Ik krijg vast ongelijk, of laten we dat in ieder geval hopen.

 
Henk Kamp als Koningin der Nederlanden

Ik kon het niet laten

Rutte en Samsom

Het lukt me maar niet om over Nederlandse politiek na te denken zonder meteen daarna te gaan zitten peinzen naar welk land ik zou kunnen vluchten, me afvragend of ik inmiddels voldoende argumenten heb om ergens politiek asiel aan te vragen. In Libië of zo. Alles lijkt me beter dan deze zompige apenheul.

Ik ben zo iemand die bij elke gelegenheid probeert uit te leggen dat jaarlijks meer Nederlanders dit land ontvluchten dan er vreemdelingen binnenkomen.

De politieke debatten heb ik dan ook niet gevolgd op televisie of Internet. Ik probeer de laatste tijd een beetje aan mijn gezondheid te denken. Al te veel ergernis trek ik niet meer zo goed.

Toch kon ik het niet laten even Photoshop te openen toen ik de resultaten van de exit polls voorbij zag schieten.

Andere verpakking (3)

Dit is een vervolg op: Andere verpakking: (1)(2)

Bij sommige mensen heb ik met mijn vorige bijdrage de indruk gewekt dat ik iets tegen transgenders, transseksuelen of travestieten zou hebben, ondanks mijn duidelijkheid hierover.

Wat mij echter na veertig jaar de strot uitkomt is de benoeming ‘verkeerd lichaam’ bij iemand met gender issues.

Iedereen mag wat mij betreft kiezen of hij man of vrouw wil zijn of iets daar tussenin. Mijn eigen voorkeur gaat zelfs vaak uit naar iets er tussenin. Dus wat zou ik te mopperen moeten hebben?

Het wil er bij mij gewoon niet in dat zo’n keuze vooral met de loodgieterij van het menselijk lichaam te maken zou moeten hebben. Penis of vagina, als geopereerde transseksueel heb je uiteindelijk geen van beiden. Ja, iets wat erop lijkt, maar in het gebruik is het niet voldoende om een partner van de andere sekse te binden, voor zover je met seks iemand zou kunnen binden, of dat zou ambiëren.

Een voorbeeld. In mijn studio meldde zich op een dag een kleine, bijzonder macho ogende jongeman, die ooit een meisje was geweest.

Overal groeide haar. Uit zijn oren, op zijn rug, en dat alles in een onwaarschijnlijke overdaad. Hij was één stap verwijderd van een primaat met een leren jasje aan en een stoere bril op.

Erg trots en tevreden was hij over zijn mannelijk geslachtsdeel. Toegegeven een vagina is ook maar niets als je eenmaal gekozen hebt om als vrouw man te worden, maar wat daar uiteindelijk uit die onderbroek tevoorschijn kwam, deed mij de haren te berge rijzen.

Heeft u wel eens een nest jonge muizen gezien? Van die friemelende, piepkleine roze diertjes die eruit zien als forse maden? Nou, zo zag die penis eruit.

Ik ken vrouwen die een grotere clitoris hebben.

Hij vond het maar wat leuk voor de camera, dus het ding begon meteen te druppen; het normale vocht dat een vrouw produceert bij opwinding liep nu via het artificiële penisje naar buiten.

Kleenex!

Het doet me ook pijn dat ik dit zo beschrijf, want het was een heel aardige jongen, al vond ik de littekens onder al dat borsthaar daar waar de borsten chirurgisch verwijderd waren tijdens het werk wel een afleidende factor. Op mijn leeftijd heb je wel eens een vrouw gezien met een of twee geamputeerde borsten en dat ziet er toch qua littekens op de een of andere manier minder gruwelijk uit.

Misschien omdat er in de laatste situatie ondubbelzinnig sprake is van een levensreddende operatie.

Maar goed, borsten zitten in de weg als je een man wilt zijn. Ik weet er alles van. Die van mij zijn door ouderdom veroorzaakt en ze moeten helaas blijven zitten, omdat ik een man ben die meestal ook een man wil zijn, dus ik mag eventuele liposuctie plus corrigerende plastische chirurgie zelf betalen.

Het meest trieste echter vond ik dat er medisch gezien twee manieren waren om die muis in erectie te krijgen. De ene methode was met een handpompje die via een gaatje in de peniswand een ingebouwd luchtreservoir vulde en de tweede manier ben ik vergeten omdat die alleen voor zeer vermogende mensen beschikbaar was.

En dan hebben we het over ‘verkeerde lichamen’… Dat was nu pas echt een verkeerd lichaam in mijn visie. Okay, die apenvacht veroorzaakt door hormonen was overtuigend, maar dat gestuntel met een penis die alleen met een pincet af te trekken is, dat is onmenselijk.

Als je een handpomp met je mee moet dragen om seks te hebben, dan kun je mijns inziens beter 24/7 met een voorbindpik rondlopen die middels een slim counterpikje aan de binnenzijde de clitoris stimuleert.

Maar goed, ik ben geen chirurg die zijn operatiekamer moet volboeken om zijn boot in Nice drijvende te houden.

(wordt vervolgd)