Skip to content

Category: Naar Moskou

De Tolk

In Moskou had ik echt een enorme weerzin naar mijn tolk opgebouwd. Ze was lesbisch, maar dat mocht natuurlijk niet zo heten in Rusland. Voortdurend hing zij aan de telefoon met haar boze minnares en ik weet niet of u wel eens twee weken van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat op pad bent geweest met iemand die om het half uur iemand per telefoon moet uitschelden, maar dat is geen pretje.

Het was niet mijn eerste bezoek aan Rusland en ik had me al eerder voorgenomen om Russisch te leren, maar dat lukte gewoon niet meer. Op school was ik goed in vreemde talen, maar nu gaat het leren van een nieuwe taal niet meer zo vlot.

Wel heb ik een account op de Russische Facebook oftewel vk.com (vKontakte) en daar onderhoud ik contacten met de modellen met wie ik bijzonder prettig gewerkt heb. Af en toe lever ik een commentaartje met behulp van Google Translate en dat levert eigenlijk alleen maar misverstanden op.

Nou had ik vanavond zo gedacht dat ik toch op z’n minst een paar mensen gelukkige feestdagen kon wensen, dus ik heb uren zitten oefenen met behulp van geluidsbestanden en fonetisch schrift om die woorden in het Russisch uit te spreken. Ook vond ik dat het een ludiek filmpje moest worden, zonder er rekening mee te houden het Russische gevoel voor humor wezenlijk anders is dan het westerse gevoel voor humor.

Ik plaatste de video op mijn vk-account http://vk.com/hansvanderkamp waar hij volledig genegeerd werd en op Instagram wist ik weliswaar wat ‘hartjes’ te oogsten van Russische modellen, maar voor de rest viel er een beleefd stilzwijgen.
 

Klein protest

Zo’n vier jaar geleden toen mijn eerste grote tentoonstelling in Moskou opende, heb ik weinig gemerkt van een anti-gay klimaat. In ieder geval niet bij de Moskovieten zelf. Uitgaansgelegenheden bezoekend had ik eerder het gevoel dat Moskou het San Francisco van het Oosten was.

Op dat moment werd echter wel al van overheidswege hard aan wetgeving gewerkt die de vrijheden van homoseksuelen aanzienlijk beperkte. Nog vond ik dat ik mij daar niet teveel van moest aantrekken omdat de positie van minderheidsgroepen in Nederland ook niet zo rooskleurig is als ik mij zou kunnen voorstellen. Wij discrimineren ook. Het zou volmaakt schijnheilig zijn om Russen te veroordelen op de behandeling van homoseksuelen als wij zelf vanuit een geschiedkundige optiek nog niet eens zo heel lang gelijke rechten bieden aan mensen met een seksualiteit die afwijkt van het sociaal geaccepteerde gemiddelde.

Vrij snel na de opening van die tentoonstelling die nu na vijf jaar nog hangt aan de Novy Arbat op een steenworp afstand van het Kremlin en uit werken bestaat die mensen tonen uit het hele spectrum van seksuele geaardheden, dus ook travestieten, transgenders en transseksuelen, gebeurde iets wat ik in het geheel niet had verwacht. De oproerpolitie in Moskou maakte een redelijk bloederig einde aan de Gay Pride.

Ik was stomverbaasd. Mijn contacten in Moskou hadden mij immers langs clubs gevoerd die een volkomen vrij beeld van homoseksualiteit lieten zien. Ik zocht naar verklaringen voor de anti-homopropagandawet. Ik moest denken aan de mores van de USSR waarin seksualiteit redelijk vrij was zolang je er maar niet over sprak. Een benadering die bij de jeugd in Westerse landen ook weer langzaam aan populariteit wint.

Ook kon ik enig begrip opbrengen voor het feit dat Rusland lang vrij van AIDS was geweest en dat het aantal seropositieven explosief steeg naarmate de grenzen verder opengingen. De Russen hebben nu eenmaal een diep ingewortelde angst vermorzeld te worden door krachten van buitenaf. Geef ze eens ongelijk na Napoleon en Hitler, denk ik dan.

In Nederland groeiden inmiddels de protesten. Het jolige rijmwonder Dolly Bellefleur kraaide er vals op los met haar anti-Poetin protestlied en het sentiment ontstond dat de jaren zeventig weer opbloeiden toen Poetin een bezoek bracht aan de Amsterdamse dependance van de Hermitage.

Parallel daaraan kwamen in Moskou de aanvallen op het erotisch museum waar mijn werk werd tentoongesteld. Eerst redelijk zachtaardig door ambtenaren die grote hoeveelheden geld vroegen voor reclame aan de straatzijde, later wat grover met knuppels en zoutzuur door Poetingetrouwen of lieden die handelden in de geest van de immens machtige Russisch-orthodoxe kerk.

Ik mag dan graag grapjes maken over bijvoorbeeld Dolly Belefleur, maar ik sta wel achter solidariteit met de Russische LBGTQ-gemeenschap.

Over het geheel genomen ben ik echter een vervelende man en dan word je vanzelf een eilandje in een maatschap van brave meelopers. Dus wat kon ik doen? Mijn tentoonstelling met veel bombarie uit Moskou terugtrekken en vervolgens breed persberichten verzenden om mij te verzekeren van publiciteit in de Nederlanden? Op zich was dat wel een aantrekkelijk idee, want mijn werk krijgt genoeg aandacht in zowel de US als Rusland, maar in mijn eigen stad Amsterdam heb ik nog nooit een tentoonstelling gehad, laat staan dat ik hier ooit werk zou hebben verkocht.

Ik besloot gewoon mijn mond te houden, zelfs nadat mijn werk herhaaldelijk de BBC haalde in verband met vernielingen.

Wel heb ik iets verzonnen wat alleen een vervelende man zou kunnen verzinnen. Het principe is simpel. Plaats ik een foto die direct of indirect LBGTQ-gerelateerd is op mijn Facebook-fotografiepagina, dan geeft Facebook me niet alleen de mogelijkheid dat bericht te promoten voor 16 Euro, maar ik mag ook nog kiezen waar mijn advertentie verschijnt. Ik kies dan – u raadt het al – voor Rusland.

Bovendien heeft Facebook een optie ‘Insights’ waardoor ik veel over mijn doelgroep kan leren. Zo weet ik nu – en dat werd ook al duidelijk uit de soms bijzonder bittere commentaren – dat vooral Russische vrouwen zeer gekant zijn tegen LBGTQ-rechten.

Waarom? Ik kan er alleen maar naar gissen.

Mijn naam is Gans (10)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4) – (5) – (6) – (7) – (8) – (9)

Al met al werd de reis naar Moskou een van de indrukwekkendste die ik ooit heb gemaakt en ik had dan ook helemaal geen zin om terug te gaan. We brachten die laatste middag door met het bezoek aan een paar uiteenlopende gelegenheden. Alexander, die zich verre van alcohol had gehouden, lustte nu ook wel wat.

Heel leerzaam was een bezoek aan een sexshop, waar de gebruikelijke artikelen lagen uitgestald die we hier ook kennen – met één enkel verschil. Alles was op een zuiver heteroseksueel publiek gericht, maar Alexander voerde me via een verborgen deur naar een achterkamertje, waar hij een boek voor me uitzocht met daarin foto’s van zeer goed gebouwde Russische mannen. Hier zou zoiets kunstfotografie heten maar daar was het verboden waar.

Van homofobie had ik in die dagen in Moskou niets gemerkt. Pas een paar maanden later zou ik in de pers lezen dat de Moskou Gay Pride door de oproerpolitie uiteen gedreven was.

De ondergrondse in Moskou was heerlijk ruim en schoon in tegenstelling tot die van New York en ik ging zo op in de verschillende bouwstijlen van de stations dat ik vergat foto’s te nemen. Of eerlijker gesteld: ik vergat mijn compact camera goed in te stellen waardoor al dat moois alleen onscherpe beelden opleverde wat ik uiteraard pas bij thuiskomst ontdekte.

Ik was sowieso een beetje de kluts kwijt. Alexander bood heel tactisch aan mijn koffer dragen. Dmitri, de rechterhand van Alexander, zorgde ervoor dat ik niet meegezogen werd in meutes passerende forenzen, want de wodka had me inmiddels goed in de greep en Olga, charmant als altijd, bleef me als de best denkbare gids over Rusland vertellen.

Zo moeilijk als het was het land binnen te komen, zo makkelijk bleek het onder haar begeleiding door de douane te lopen om het land weer te verlaten. Bij elke versperring stak zij haar hand omhoog, riep iets in het Russisch en meteen konden we verder, terwijl anderen moesten wachten.

Het afscheid kostte me moeite, maar ik had me verheugd om in een Aeroflot Airbus plaats te nemen, dus dat had iets goed kunnen maken, ware het niet dat ik, toen ik eenmaal in de ruime fauteuil had plaatsgenomen, acuut in slaap viel en ergens boven Hoofddorp pas weer wakker werd. Naar de gezichten van de passagiers om me heen te oordelen, had ik stevig zitten snurken ook.

Mijn naam is Gans (9)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4) – (5) – (6) – (7) – (8)
 
Wie denkt dat mijn bezoek aan Moskou zich beperkte tot hoeren en snoeren, vergist zich. Er was ook tijd voor overleggen, gedachten uitwisselen en zelfs cultuur in de vorm van religie en moderne kunst.

Mijn bezoek aan een kapel van de Russisch-orthodoxe Kerk was niet wat ik ervan verwacht had. Het was de enige plek, op de Loebjanka na, waar ik écht niet mocht fotograferen en de geestelijken die er rondliepen maakten op mij een zeer zakelijke en ietwat hautaine indruk. Ze droegen de u bekende zwarte mijters die vaag doen denken aan de hoofdtooi van onze koningin wanneer zij een moskee aandoet.

Misschien heb ik Olga verkeerd ingeschat, maar zij leek onder de indruk te zijn van het interieur dat net zo’n uitstraling van klatergoud had als de zalen in het Kremlin. Ook kreeg ik de indruk dat zij in de kerk een mogelijke politieke macht zag die een tegengewicht kon vormen voor het eenzijdige beleid van de Poetin/Medvedev tandem.

Hoe ‘hip’ religie nu in Rusland is bleek ook bij ons bezoek aan een museum voor moderne kunst. Al voor de deur stond een torenhoge godsgestalte. Schijnbaar willekeurig opgesteld daar omheen in beelden van aanzienlijk bescheidener grootte stonden de helden van de Russische geschiedenis.

In Nederland was ik al lang niet meer in een museum geweest. Mijn laatste bezoek was aan de Warhol overzichtstentoonstelling in het Stedelijk, dus ik kon geen vergelijkingen trekken, maar de indruk overheerste dat veel van het werk in Moskou sterk leek op dat van de naïeve schilders die in Nederland zo populair waren in de jaren zeventig. Pop-art was ook een duidelijke invloed, maar een historisch perspectief ontbrak bijna geheel. Het leek alsof de Russen hun Sovjet kunst als Entartete Kunst waren gaan zien.

Het meest gecharmeerd was ik van de manier waarop fotografie ingelijst aan de muren hing. Mooi willekeurig in lagen boven elkaar zoals men dat aan het begin van de vorige eeuw in Europa ook deed. Dat voorkomt veel geschuifel van werk naar werk. Een manier van presenteren die ik later ook bij mijn eigen werk in Alexander’s museum zag.
 
Fotografie aan de muur

Mijn naam is Gans (8)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4) – (5) – (6) – (7)
 
Kwamen mijn ouders in het verre verleden van vakantie terug dan was ‘hoeveel alles overal wel niet had gekost’ het eerste gespreksonderwerp dat mijn vader met zijn gebruinde hoofd aansneed. Hij deed dit niet op terloopse wijze. Nee, hij wist zich van elk terrasbezoek de prijzen van alle consumpties te herinneren en hij zou niet zwijgen voordat hij ze had opgesomd.

Het was niet alleen zijn vakantiehobby. De bonnetjes werden door mijn moeder vergaard en geordend zodat ze die als collages kon verwerken in haar verder redelijk romantisch opgezette reisverslagen van hun tochten door Europa.

Vroeg ik mijn vader op de man af waar hij zich nu het meest had geamuseerd, dan wilde hij vaak wel enthousiast van wal steken, maar vervolgens werd hij al snel door mijn moeder onderbroken.

‘Ja, Jacques, je kunt het daar nu wel zo prettig hebben gevonden, maar ik vond die Schnitzels anders wel aardig aan de prijzige kant. Ik kan me herinneren dat we een paar dorpen verder twee Mark minder betaalden voor een veel grotere Schnitzel waarvan jij bovendien moest toegeven dat hij nog een stuk lekkerder was ook!’

Toen ik op mijn zestiende voor het eerst zelfstandig Europa ging verkennen, nam ik mij voor om mijn geld gewoon uit te geven totdat het op was zonder mij te bekommeren om budgettering; het andere uiterste qua reisinstelling en een die vaak voor nare verassingen heeft gezorgd. Zo deed ik er ooit eens bijna een maand over om geheel berooid, deels lopend en deels liftend, vanuit Rome in Nederland terug te keren.

In Moskou zou mij iets dergelijks niet overkomen, dus ik koos voor een geheel nieuwe, mijn leeftijd waardige, aanpak. Bloedserieus ging ik mij verdiepen in de waarde van de Roebel ten opzichte van de Euro. Voor dat doel had ik zelfs een currency converter op mijn iPad geïnstalleerd, want ik wist dat ik voor mijn vertrek gedoemd was om toch op zijn minst één nacht het beest uit te hangen. Een mens kwam immers niet elke week in Moskou.

Wat doet een oude man in een vreemde stad om het beest uit te hangen? Hij zoekt het dichtstbijzijnde bordeel en daarvan waren er genoeg in Moskou, dat had men mij al voor vertrek verzekerd. Ik wierp nog een blik op mijn currency converter en leerde mijzelf een ezelsbruggetje aan om Roebels makkelijk en snel om te rekenen naar Euro’s. Dit avontuur kon eenvoudigweg financieel niet stuklopen.

Rekensommetjes prevelend liep ik door de hal van het hotel en wachtte voor de deur op een taxi. Ik wilde een echte Lada of iets vergelijkbaars, want in een dergelijke auto had ik nog nooit plaats genomen. Ik vond een chauffeur uit de Oekraine die nog zo’n voertuig had en samen gingen we op pad. De man sprak geen woord Engels, dus het was maar goed dat ik voor vertrek stevig aan de ‘under the counter’ wodka had gezeten, want dat maakte de gebarentaal over de acties die ik wilde ondernemen een stuk minder gênant. Voor mij althans.

We gingen van het ene bordeel naar het andere, maar na het aanhoren van de prijzen wilde ik meteen weer weg. Duidelijk veel te duur. Ik ging me daar een beetje voor 1000 Euro per half uur zo’n kamer in. Wie dachten ze dat ze voor zich hadden? Een amateur of zo? Mijn chauffeur gaf het echter niet snel op. Nog tot ver in het ochtendgloren reden wij rammelend en stuiterend in de Lada langs Russische wegen en pleinen op zoek naar een betaalbaar bordeel. Vergeefs. Véél te duur, waar ik ook kwam.

Toen deuren eenmaal voor ons gesloten bleven, gaf ook mijn taxichauffeur de moed op. Hij wilde slapen. Ik rekende met hem af en ik schrok me naar van de prijs. 1250 Euro voor die paar ritjes? Nou ja, de schade was groter geweest als ik in een van die bordelen nog voor de daad in slaap was gevallen, zoals mij in het verleden vaker was overkomen.

Jezus, wat een dure stad, dacht ik nog, voordat ik in slaap viel.

Twee dagen na thuiskomst durfde ik pas te kijken wat ik die nacht zoal had uitgegeven in Moskou. Ik kon mijn ogen niet geloven. Iets minder dan vijftig Euro voor die taxi? Veel langer dan u zou vermoeden duurde het voordat ik me realiseerde dat hoofdrekenen en wodka drinken eenvoudigweg niet samengaan.

Mijn naam is Gans (7)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4) – (5) – (6)
 
Gisteren keek ik naar de inauguratie van Medvedev en even snapte ik helemaal niets van het leven. Wat een vreugdeloos fenomeen is die Poetin toch; een soort Balkenende op steroïden. Zijn hang naar tsaristische glorie zou ontroerend kunnen zijn, ware het niet dat hij in zijn mimiek en gedrag zo duidelijk uitstraalt een sociopaat te zijn met plannen die zijn krediet ontstijgen.

Eén ding moet ik hem en Medvedev nageven: ze deden wel hun best in conditie te blijven met die lange wandelingen over eindeloze rode lopers en met kanonnenvlees gevulde pleinen. Aan gevoel voor theater ontbrak het zeker niet.

Poetin gaf de meest inhoudsloze speech die ik sinds lang heb gehoord. Ongehoord vaag was hij, zelfs voor Nederlandse begrippen.

Alexander DonskoyHet is een schril contrast met zo’n Alexander Donskoi die zonder bodyguards door de stad loopt en een Rusland voor ogen heeft waar ruimte is voor meer dan alleen corruptie en marsmuziek.

Steeds weer stelt hij zich verkiesbaar voor de doema. Aanhang en goodwill heeft hij als oud-burgemeester van Archangelsk genoeg, maar even zo vaak ontvangt hij een ambtelijk schrijven dat hij buitenspel wordt gezet, zonder opgave van redenen.

Niet dat de door god of het lot boven ons gestelde cententellers, die zo graag op de fiets gezien worden, zoveel democratischer van aard zijn, maar uiteindelijk is het internationaal gezien van geen enkel belang wat hier in Nederland gebeurt. Poetin daarentegen gaat de toekomst van dit hele continent mee bepalen – tot 2024. Althans, dat vrees ik.

Wat ik in Moskou vooral als opmerkelijk heb ervaren is de daadkracht van de mensen. U ziet een voorbeeld op de foto bovenaan de pagina. In april startte Alexander met de uitvoering van zijn plannen voor het grootste seksmuseum van de wereld. Hij huurde aan de Novy Arbat een immense ruimte waar niets dan puin en stof was. In juni stond zijn museum er – in volle glorie.

Drie maanden, dat is ongeveer wat wij Nederlanders nodig hebben om beschikbaarheidsdata te synchroniseren voor een reeks slopende vergaderingen waar uiteindelijk een halfzacht compromis uit komt dat uitsluitend voor de vergaderaars zelf bestaansrecht heeft.

Sommige salarissen zouden in Nederland misschien beter aanwezigheidspremies genoemd kunnen worden. Of heeft u toevallig de laatste tijd nog wel eens een ambtenaar, of andersoortig kantoormens aan de telefoon gehad zonder dat vertrouwde gevoel te krijgen belminuten verpist te hebben?

Toegegeven, hier hoef je die mensen niet om te kopen zoals in Rusland. Dat is allemaal al keurig vooraf in BTW en accijnzen verrekend.

Mijn naam is Gans (6)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4) – (5)
 
Wat me na een paar dagen begint op te vallen in Moskou is het kleurgebruik op straat. Ik wijt het eerst aan mijn drankgebruik, maar na thuiskomst leveren de foto’s hetzelfde beeld op. Nooit heb ik ergens zoveel verschillende kleuren naast elkaar gebruikt zien worden op zo’n ingetogen wijze.

De eerste stad in de wereld waar ik gefascineerd raakte door kleuren was Los Angeles, maar daar waren de kleuren hard, schreeuwerig soms. Ik fotografeerde toen nog op Kodachrome film wat dat effect alleen maar versterkte. In Moskou lijkt alles echter in pasteltonen te zijn geschilderd, van de Tsaristische herenhuizen tot en met de nieuwbouw van herrijzend klein Rusland.

Nu vind ik kleuren sowieso al snel schreeuwen. Net zoals ik een café met harde muziek ook altijd zal mijden. Het zal iets neurologisch zijn. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik in mijn werk aan zwart-wit vasthoudt. Ik heb daar allerlei doordachte redenen voor die steevast klinken als de excuses van een oude fotograaf die niet met zijn tijd meegaat, maar het feit blijft dat ik een broertje dood heb aan primaire kleuren.

Naast felle kleuren en lawaai heb ik het ook niet zo op kunstenaars die van een reis terugkomen en naar Jan en Alleman lopen uit te galmen dat zij zo ‘ontzettend geïnspireerd zijn’ door hun recente omzwervingen. Zoals ik ook schrijvers die lyrisch over hun ‘muze’ spreken vroeg of laat bij een mindere tekst graag van de volgende kritiek voorzie: ‘Nou, nou, nou… Dat moet je wel héél vroeg geschreven hebben, want de muze stinkt hier nog aardig uit de mond.’

Toch maak ik mij schuldig aan wat ik anderen verwijt. Er is namelijk wel degelijk iets veranderd in mijn werk sindsdien. Veel vaker ‘draai’ ik de knop van de kleurverzadiging een stuk terug en in zwart-wit (oorspronkelijk digitaal opgenomen in kleur) wil ik geheel onverwacht opeens nog wat kleur overlaten, zoals misschien nog wel het duidelijkst te zien is in deze foto.

Of het zo zal blijven, dat betwijfel ik. Daarvoor heb ik in dertig jaar te weinig veranderd in mijn ideeën over hoe een foto zou moeten zijn.

Mijn naam is Gans (5)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3) – (4)
 
Een paar jaar geleden kon ik de verleiding niet weerstaan een Russisch 24-uurs horloge van het merk Raketa te kopen. Het uurwerkje was voor mij zo onweerstaanbaar omdat het geheel ontdaan was van vormgeving die niet direct gebonden was aan functionaliteit. Een gebruiksartikel, geen sieraad.

Dat gebruik bleek bij het dragen toch nog lastig vanwege het 24-uurs principe. Probeer maar eens op zo’n horloge te zien dat het acht uur is, als je opgevoed bent met de grote en de kleine wijzer die per etmaal twee keer een rondje maken in plaats van slechts één keer.

Russen zelf moeten het over het algemeen niet zo van hun eigen producten hebben. Bij mijn aankomst al werd de eerste taxi door mijn gezelschap geweigerd omdat de auto van Russische makelij was. In plaats daarvan werd er gewacht op een Mercedes of een BMW.

Je moet echt een grondige hekel hebben aan je eigen producten als je bij voorkeur in een auto stapt die gefabriceerd is in een land dat toch van oudsher Staatsvijand Nummer Een is.

Ook was ik de enige in het gezelschap die Wodka dronk. Olga was geheel verknocht aan Starbucks en moest helemaal niets hebben van de Russische kopie Costa Coffee op de foto. In de sauna zag ik dat Alexander een onderbroek van Calvin Klein droeg.

Graag had ik een winkel met tweedehands foto apparatuur bezocht, omdat ik meetzoeker camera’s verzamel en de Russische Zorki, een vrij exacte kopie van de Leica, is bij mij favoriet, maar ook daar leek weinig enthousiasme voor te zijn. Toen ik bij toeval een mooie Zorki met toebehoren in een souvenirwinkel zag liggen, werd mij verzekerd dat ik de camera beter ergens anders kon kopen omdat de prijs te hoog zou zijn.

Ik ben niet zo’n ster in het omrekenen van valuta (daarover later meer) waardoor ik mij te laat realiseerde dat de camera die hier minstens 175 Euro zou kosten daar voor twee tientjes in de etalage lag.

Toen Alexander me vertelde dat het museum voor erotische kunst ook een sexshop zou krijgen, nam ik aan dat de vibrators en andere attributen vanuit de EU of de VS werden geïmporteerd, maar dat bleek een verkeerde inschatting. Trots meldde hij dat vrijwel alle artikelen van de shop in Rusland geproduceerd werden en een week geleden zag ik ook inderdaad hier in Amsterdam een etalage vol met Russische vibrators van hoge kwaliteit, voor zover ik dat kon beoordelen vanaf de stoep. De vormgeving was in ieder geval bijzonder frivool en (voor mij) geheel niet Russisch.

Het zijn kennelijk de producten die directe herinneringen oproepen aan het Sovjet-tijdperk die bij de jonge, moderne Rus een doorn in het oog zijn. Terwijl een goed deel van de wat oudere mensen die ik sprak met liefde over Stalin spraken en naar mijn gevoel een zekere heimwee koesterden naar het communisme.

Die herinneringen aan de oude USSR werden voor mij het duidelijkst toen ik met Olga als tolk een supermarkt bezocht die een voor Europese begrippen ongekend brede sortering had. Ik verbaasde me daar hoe chaotisch het verkeer van winkelwagentjes verliep.

Olga verklaarde die botsende winkelwagentjes door te verwijzen naar de tijd dat Moskovieten uren in de rij stonden voor aardappelen of iets anders dat tijdelijk voorradig was. Nu was het aanbod zo groot geworden dat niemand meer kon kiezen, omdat ze dat eigenlijk van oudsher niet gewend waren.

Die uitspraak van haar zal ik nooit vergeten en het beeld van die winkelwagentjes ook niet.

Mijn naam is Gans (4)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2) – (3)
 
In het laatste decennium is het inkomen van de gemiddelde Moskoviet enorm gestegen. De prijzen van onroerend goed gingen in deze trend mee en dan volgt wat hier ook zou gebeuren; speculanten laten panden verkrotten in afwachting van de hoogst mogelijke vierkante meter prijs. Gevels worden met netten behangen om voetgangers voor vallend puin te behoeden of ze dienen als immense reclameborden voor merken als Dior, Vuitton en Calvin Klein.

Er zijn mensen die beweren dat achter die verlaten gevels zich het ware Moskou afspeelt van zwervers, drugdealers, prostituees, maar daar heb ik niets van gemerkt. Ik was er te kort, of het bestond eenvoudigweg niet binnen mijn beperkte actieradius rond het hotel op steenworp afstand van het Kremlin.

Het is niet verwonderlijk dat veel Moskovieten zich ergeren aan dit straatbeeld, maar de prijzen zullen niet eeuwig blijven stijgen. Wat er dan achter die reclames en bouwnetten vandaan komt zal een van de meest mysterieuze steden van dit continent waardig zijn. De grijze, fantasieloze betonblokken van de naoorlogse USSR zullen daar niets aan afdoen, eerder zullen ze de schoonheid van wat er in eeuwen is opgebouwd accentueren.

Op mijn weinige wandelingen alleen raakte ik steeds meer gefascineerd door die stad. Hier ik wil blijven, dacht ik meer dan eens. Eventueel zelfs sterven. Met stijl, zoals Raspoetin.

Eerst werd de man met een olifantendosis kaliumcyanide vergiftigd waar hij alleen wat slaperig van werd. Daarna werd hij met kogels doorzeefd en toch hield hij nog voldoende kracht over om op zijn benen te blijven staan. Uiteindelijk bezweek hij alsnog onder de knuppels van zijn tegenstanders die hem vervolgens in een half bevroren riviertje dumpten.

Iets dergelijks moet Dylan Thomas voor ogen hebben gehad toen hij Rage, rage against the dying of the light schreef – zonder overigens zelf in de praktijk iets monumentalers te presteren dan een veel te vroege en vooral sullige dood in een ziekenhuis na wat gezeur over 18 whisky’s.

Achteraf gezien zou ik ook kunnen denken dat ik in april 2011 aanvoelde dat de ware revolutie in Rusland nog moest plaatsvinden. Een revolutie waar ik bij wilde zijn. Niet die van de economische verlossing, maar die van de persoonlijke vrijheid.

Steeds beter begon ik te begrijpen wat Alexander voor ogen had met zijn museum voor erotische kunst. Anders dan vergelijkbare musea over de hele wereld, was zijn initiatief een persoonlijke geste, een middelvinger naar het systeem dat hem zonder rechtsgrond als democratisch gekozen burgemeester van Archangelsk monddood had gemaakt.

Zei Alexander dat het werk in zijn museum provocerend moest zijn, dan begreep ik dat niet zo. Hij had immers 40 foto’s van mij aangekocht en wat was er nu provocerend aan mijn werk?

Toen Poetin drie maanden later de oproerpolitie inzette om zoiets onschuldigs als de Moscow Gay Pride te verstoren, begreep ik beter wat hij bedoelde. Persoonlijke vrijheid betekende in dit land – waar tijdens het communisme de lichamelijke liefde officieel niet bestond – vooral ook seksuele vrijheid.

Mijn naam is Gans (3)

Vervolg op Mijn naam is Gans (1) – (2)
 
Na de onderhandelingen met Alexander Donskoi die naar mijn idee mislukt waren door de tolk die zo goed Italiaans sprak, maar in het Engels steeds naar woorden moest zoeken (Comme se dice bla-die-bla?), ging ik naar mijn hotelkamer en ontdekte daar de minibar.

Op zich lijkt dat niet zo vermeldenswaard in het verslag van een oude man alleen op reis, maar dan heeft u de keur aan wodka’s die in Moskou wordt aangeboden misschien nog niet geproefd. Ik ben een doorgewinterde wodkadrinker omdat ik de smaak van alcohol op zich niet zo kan waarderen.

Een stevige dronkenschap daarentegen weer wel. Giet ik twee borrelmaatjes wodka in een gul glas Sprite dan proef ik de alcohol niet meer zo. Dan lijkt het drankje op de ooit zo vertrouwde Ranja die mijn moeder op het strand van Bloemendaal schonk.

Was er voldoende frisdrank in de minibar geweest dan had ik mij nooit echt zo intensief in mijn favoriete drankje kunnen of willen verdiepen. Nu maakte ik voor het eerst echt kennis met de brede variatie in smaken die wodka kan hebben. Een waar genoegen voor de tong en een ongekende ontlasting van de stress die de onderhandelingen me hadden opgeleverd.

Voordat ik het wist zat ik op de rand van mijn bed zachtjes ‘Nathalie’ van Gilbert Bécaud te zingen. ‘Elle parlait en phrases sobres de la Revolution d’Octobre…’ Drank maakt echter overmoedig, dus na enige tijd waagde ik mij ook aan het hardop voor mij uitgalmen van ‘Back in the USSR’ totdat gebons op de muur van de belendende hotelkamer me er verder van weerhield.

Diezelfde overmoed deed mij ook besluiten Evgenia in Archangelsk te bellen. Zij had immers op voortreffelijke wijze de reis en het hotel geboekt. Bovendien was haar Engels perfect.

Ik deed mijn beklag over de tolk en zij was vol begrip. Het werd een prettig gesprek waarin we het nog over Poesjkin en Tsjechov hebben gehad. Ze was een intelligente jonge vrouw, die desalniettemin verbaasd was dat Russische literatuur ook buiten Rusland werd gelezen.

Ze ging een nieuwe tolk voor me regelen. Zo makkelijk gaat dat nu als je een slokje op hebt, dacht ik nog toen ik de verbinding verbrak en geheel gekleed in slaap viel.

Toen mijn zakenpartners me de volgende ochtend in een woud van lege wodkaflesjes aantroffen was de nieuwe tolk geregeld; een piepklein meisje van mijn zoon’s leeftijd. De dochter van een kleuterjuf en een Aerophlot piloot. Genetisch gezien had ik het niet beter kunnen treffen. Een kleuterjuf had ik sowieso 24/7 nodig en een piloot kon ook geen kwaad, gezien de situatie waarin ik mij bevond.

Ze studeerde ook nog eens diplomatie en sprak Engels als een native speaker, maar wat ik nog wel het meest aan haar kon waarderen was dat zij razendsnel kon denken. Ietwat onhandige formuleringen ontstaan door mijn tanende dronkenschap en de irritatie die de eerdere onderhandelingen in me hadden opgeroepen, werden keurig door haar uit de vertaling gehouden, waarna ze ook nog de goede smaak had om mij te vertellen wat ze wél en wat ze niet had vertaald.

Het werd een mooie dag met een Alexander die – nu hij wel goed met me kon communiceren via Olga – een uiterst aimabele man bleek te zijn die geen kans voorbij liet gaan om mijn verblijf in Moskou zo aangenaam mogelijk te maken. Nog diezelfde middag zat ik met hem in de oudste sauna van Moskou die door weinig Europeanen ooit is gezien.

(Wordt vervolgd)