Skip to content

Category: Tutti Frutti

Kathedraal Utrecht CS

Mijn grootvader, machinist bij de Nederlandse Spoorwegen tot eind jaren vijftig, moet zich gisteren driemaal omgedraaid hebben in zijn graf, toen de trein die mij van een bezoek aan mijn moeder terugbracht naar Amsterdam bij Driebergen-Zeist stopte en de machinist omriep dat we teruggingen naar station Arnhem omdat de machinist in de trein voor hem ‘een zachte klap’ had gevoeld en vermoedde dat iemand voor zijn trein was gesprongen.

Het lijkt me dat wanneer je als machinist gewoon recht vooruit kijkt – een van de weinige taken van belang die je moet uitvoeren – je heus wel weet of er iemand voor je trein is gesprongen, maar in principe zou dat verhaal kunnen kloppen. Tegen de zijkant van een rijdende trein aanspringen kan immers ook. Het zijn niet de slimste mensen die de weg niet kunnen vinden naar de driftig adverterende levenseindeklinieken.

Dat de gemiddelde Nederlandse passagier minder dom is dan de gemiddelde NS-medewerker bleek al snel, want men liep elkaar onder de voet om uit die stilstaande trein te komen. Ieder voor zich had uitgerekend dat er vanaf Arnhem geen laatste trein meer ging die hen nog diezelfde dag thuis zou kunnen brengen.

Het was immers ook nog eens Eerste Kerstdag.

Je zou denken dat er genoeg kantoorpikken, machinisten en buschauffeurs in het land zijn die een goed excuus konden gebruiken om verlost te worden van een heilig avondje met de schoonfamilie, maar de NS ondernam gewoon helemaal niets. Ondertussen braken er schermutselingen uit tussen mensen die uit die afgeladen trein waren gekomen en probeerden om zich massaal in een reguliere streekbus te vechten.

Dat had ik vaker meegemaakt. Voor mij, als iemand voor wie het onmogelijk is om op twee slechte heupen staande te blijven in een schommelende bus, was dat sowieso geen optie. Dan maar een taxi bellen. Door het jarenlange geblunder van de NS ben ik immers geheel gewend geraakt aan het onderhandelen met taxichauffeurs over langeafstandsritten.

De eerste taxi die ik gebeld had werd geclaimd door een groep Tokkies die beweerden eerder gebeld te hebben, maar ze wilden niet even in hun telefoon laten zien dat dit ook werkelijk zo was.

Twee wat oudere en wat hoerig uitziende dames van middelbare leeftijd hadden inmiddels een passerende automobilist die eruit zag als De Dood van Pierlala tot stilstand gebracht en dusdanig opgegeild met omhelzingen dat zij konden vertrekken. Uit de omlaaggedraaide raampjes van die auto juichend en middelvingers opstekend naar de achterblijvers verdwenen zij uit zicht.

Ik zat ongemakkelijk op de rand van een muurtje dit alles gade te slaan en dacht: Dit is Nederland, dat land dat ik al van kinds af aan niet serieus heb kunnen nemen.

Uiteindelijk kwam onze taxi en de chauffeur zag de menigte mensen die op een taxi stond te wachten en liet zich snel overtuigen om ons niet mee te nemen door een groepje criminele jongeren die met onwerkelijke bedragen fooi begonnen te schermen.

Inmiddels dacht ik: Laat iedereen in godsnaam maar eerst vertrekken, want ik wacht wel op de laatste taxi zodat ik in ieder geval mijn waardigheid kan behouden door geen al te vervelend gedrag te vertonen.

Een half uur later kregen we die taxi. Met een oplichter als chauffeur, maar een kniesoor die daar dan nog een punt van maakt en hij zette ons – na een korte stop zodat onze medepassagiers nog even konden pinnen – af bij Utrecht CS.

Ik was de laatste tijd nog niet op dat station geweest, maar ik keek mijn ogen uit. Een ware kathedraal heeft de immer falende NS daar neergezet. Je zou bijna gaan denken dat de NS haar passagiers serieus neemt. Schiphol steekt bleekjes af bij dat station, maar goed dan ga je de roltrap af naar het perron en vervolgens kom je in een ruimte terecht die eruit ziet als een deel van de oude, Duitse Atlantikwall.

Dan ben je meteen weer terug in de realiteit en weet je weer hoe de jongens en meisjes op de kantoren van de NS écht over passagiers denken.

Even zeiken

Zo aan de vooravond van Kerstmis moet ik gewoon even zeiken. Ik heb nog niet nagedacht waarover, maar als het toetsenbord eenmaal rammelt dan komt het vanzelf. Van mijn uitgever uit een ver verleden mocht ik tegen niemand zeggen dat alle rottigheid die er dan uitrolt als het ware gedicteerd wordt door een hogere macht, maar nu ik allang niet meer schrijf op een wijze die taalkundigen zou moeten charmeren mag ik daar rustig voor uitkomen.

Zoals ik al zei: het wordt gedicteerd. Ik kan in een prima humeurtje zijn en tevreden naar mijn kopje koffie kijken om een moment later het toetsenbord naar me toe te trekken en vervolgens alles wat lief en dierbaar is af te fakkelen. Ben ik eenmaal klaar met het betoog dan is die kop koffie waar ik me zo op had verheugd allang koud.

Nu zit ik hier en de hogere macht zwijgt. Zou het dan toch zo zijn dat het blonde leeghoofd in het café gelijk had toen ze ooit beweerde dat alle mannen vroeg of laat wijwater gaan pissen?

Als het maar in een krachtige straal komt, had ik toen nog luchtig geantwoord, maar nu beangstigt die uitspraak me.

Net zoals de opmerking van een eindredacteur, die toen ik wat lang doorzeurde over iets wat in mijn eerste zin al duidelijk genoeg was geworden, nuchter constateerde dat oude mannen nu eenmaal wat nadruppelen.

Nog even en ik ga lijken op zo’n beeldend kunstenaar in een dorp met drieduizend zielen die helemaal in zijn eigen grootheidswaan opgaat omdat niemand hem ooit van kritiek voorziet. Men maakt in kleine gemeenschappen nu eenmaal liever geen vijanden.

U ziet het hier nu gebeuren. Zonder die hogere macht sta ik eigenlijk alleen tegen mijn eigen broekspijp aan te zeiken.

De wereldwijde stekkerdoos

Met de term Wereldwijde Stekkerdoos wil ik het Internet niet kleineren, het is een liefdevolle verwijzing naar de periode dat het Internet langzaamaan voor een breder publiek toegankelijk werd. Het zal in 1995 zijn geweest dat ik als bezitter van een modem, in de zomer met de ramen open, voor het eerst mocht luisteren naar het gefluit en gepiep van een andere modem aan de overkant van de straat.

Er was nog geen Wi-Fi, veel Microsoftgebruikers hadden nog niet eens een browser die plaatjes kon tonen, en alle aansluitingen verliepen via koperdraad. Zo’n netwerk mag met recht een wereldwijde stekkerdoos genoemd worden.

Voor mij begon het met DDS, een Amsterdams initiatief, kantoor houdend in de Balie waar je dus als Amsterdammer zo naartoe kon fietsen om een floppy te halen die je in staat stelde om een programmaatje te installeren dat naar ik meen Telix heette om een bezoek aan De Digitale Stad Amsterdam te brengen, een kolossale site die zich op één enkele computer bevond, een Sun Sparc.

Veel technische know-how kwam van een groep ‘white hat’ hackers die hun eigen toegang tot het Internet verschaft hadden via hacktic.nl dat later Xs4all zou gaan heten.

De founding fathers and mothers van het Nederlandse Internet waren idealisten en ze waren zich ook terdege bewust van de gevaren die het Internet kon opleveren voor de burger. Hun pogingen om dat aan een digibete regering uit te leggen waren geheel vruchteloos, waardoor we nu nog steeds met een immense achterstand leven op het gebied van wetgeving die de brave burger zou moeten beschermen tegen overheden en bedrijven.

Het duurde echter niet lang of de idealistische DDS werd geïnfiltreerd door marketingjongens en -meisjes die na een bezoek aan een grote Internetbeurs in de RAI de potentie van het Internet als reclamemedium waren gaan zien. Dat resulteerde al snel in de beslissing dat mijn geheel non-profit site over Nederlandse literatuur, ooit door henzelf met vlag en wimpel binnengehaald, geen sponsoring meer kreeg in de vorm van gratis hosting. Daarentegen mocht een man die Flippo’s verzamelde en een ‘ruilsite’ was begonnen zich tot het einde van het bestaan van DDS als content provider op gratis hosting verheugen.

Het oorspronkelijke idealisme verwaterde dus snel en het is moeilijk om een datum te hangen aan die omslag, maar voor mijzelf was de opkomst van Wehkamp op het Internet, vlak na de introductie van Internet via glasvezel, het einde van een kort maar heftig tijdperk van fatsoenlijke mensen die een fatsoenlijk netwerk wilden bouwen.

Nadat bedrijven het web verzadigd hadden met advertenties, werden ook de overheden langzaam wakker wat geheel voorspelbaar resulteerde in meer ellende. Het is veilig te stellen dat de overheden en het bedrijfsleven de basis hebben gelegd voor Web 2.0, een Internet dat nauwelijks bescherming bood voor de burger. Dat was in eerste instantie vooral in het voordeel van het bedrijfsleven, niet de bestrijding van het terrorisme.

Ook de overheid genoot er zichtbaar van om bejaarden die geen Internetaansluiting hadden langzaamaan te dwingen om een DigiID te nemen wilden ze nog in aanmerking komen voor een woning of financiële tegemoetkomingen. Dat mag rustig schandalig genoemd worden omdat diezelfde overheid nog elke dag containers vol goeddeels ongelezen stapels papier creëerde en moeite had om hun computersystemen ‘betaalbaar’ te upgraden, om maar te zwijgen van de totale onwil van ambtenaren om die netwerken ook verantwoord te gebruiken. Veel verder dan de computer de schuld geven van administratieve fouten kwam men niet.

Een enkele lolbroek zoals politicus Rob Oudkerk die de computer gebruikte om op zoek te gaan naar goedkope maar bekwame prostituees werd ontslagen. Hij had mogelijk om heel andere redenen ontslagen kunnen worden, waar ik er minstens drie van kan opnoemen die voor de PvdA als partij veel belastender zouden zijn geweest, maar ere wie ere toekomt; Oudkerk zorgde als enige ambtenaar voor een voor de burger zichtbaar en begrijpelijk creatief gebruik van een overheidscomputer.

In theorie zou Web 3.0 nu een feit moeten zijn. Wat is het verschil met 2.0? Dat het bedrijfsleven nu niet meer het meeste roet in het eten gooit, maar dat de nog dogmatischer denkende ambtenaren/officials van internationale inlichtingendiensten nu ruim aan zet zijn.

Zo wordt door Obama geconstateerd dat Fake News de grootste bedreiging vormt voor de democratie, wat een absoluut lachertje is voor wie weet hoe journalistiek werkt. Er is nooit iets anders dan Fake News geweest. Nieuws is van nature democratisch. De ene scribent beweert dat Poetin een schoft is en een ander beweert dat hij het tweede onbevlekt ontvangen kind van de Heilige Maagd Maria is. Aan u de eer om te beslissen wat u wilt geloven, het ene uiterste of het andere uiterste, of iets er tussenin. Mocht u daar te dom voor zijn, dan is nieuws niet aan u besteed. Journalisten zijn geen schrijvers, maar overschrijvers die vooral voor hun hoofdredacteur en uitgever werken die beiden een politieke agenda hebben en ze schrijven zelden of nooit – zoals door naïeve geesten wel eens gedacht wordt – om het publiek te informeren.

Als Obama beweert dat de CIA – overigens zonder enige bewijsvorming – stelt dat de Russen de Amerikaanse verkiezingen hebben beïnvloed dan is dat voor NRC en Volkskrant Real News. Als Poetin beweert dat hij van niets weet en dat de CIA meer verkiezingen wereldwijd beïnvloed heeft dan welke andere inlichtingendienst, dan heet dat Fake News. Voor de Russen geldt hetzelfde maar dan omgekeerd.

Web 3.0 wordt mijns inziens dan ook niet zozeer gekenmerkt door de pijlsnelle opkomst van het Internet Voor Dingen als wel door het feit dat propaganda nu eindelijk echt salonfähig is geworden. Wat ooit het sterke punt was van overambitieuze volkscommiezen, is nu ook weggelegd voor intellectuelen die denken het beste met de wereld voor te hebben.

Daar gaan we weer

Ik weet het. Er is eigenlijk niets zo kinderachtig als om in een vlaag van ergernis je Facebook-account te deactiveren. Het is de derde keer dat ik het doe en de eerste twee keer heb ik mijn profiel na een paar weken weer geactiveerd. Niet omdat ik dacht iets te missen, maar omdat ik het zat was om E-mails en andere berichten te beantwoorden van mensen die zich afvroegen waar ik gebleven was.

Ik zit vooral op FB omdat ik daar mijn fotografiewinkel promoot en contact onderhoudt met mijn modellen.

Overigens heb ik mijn Facebook fotografiepagina die aan een andere account hangt wel in stand gehouden, dus echt weg ben ik niet, al komen de mailtjes met de vraag waar ik in godsnaam ben gebleven al met enige regelmaat binnen.

Ik ben gewoon thuis aan de Nieuwmarkt in het hipste bejaardentehuis aller tijden, maar dat telt niet. Je moet met het groene aanwezigheidslampje naast je meest voordelige portret op FB zitten. Met voortdurend openklappende praatvenstertjes. Vaak van mensen die je daar hebt leren kennen en die bovendien over een zeer beperkte woordenschat beschikken. Veel verder dan Wow, Hihihi, Hehehe en Cool komen ze vaak niet.

Lief en schattig, maar niet genoeg stof voor mij om een fatsoenlijk gesprek te voeren. Ook wanneer ik als oude man van frisse fotomodelletjes duizend emojihartjes en -kusjes toegestuurd krijg, kan ik alleen maar denken: Ik zal je eens goed in je kont komen naaien, dan zullen we eens zien wat voor visuele onbenulligheden je nog uit je razendsnelle vingertjes weet te wringen.

Niet aardig van me, ik weet het. En geloof me, ik zou me nog eerder met behulp van een snoer kerstlichtjes aan een balk ophangen. Het zijn juist die nare gedachten die me van dat soort daden weerhouden en me in staat stellen een brave en betrouwbare fotograaf te blijven.

Toch was acute ergernis niet de enige reden waarom ik mijn account gedeactiveerd heb.

Er was iets belangrijkers aan de hand. Facebook heeft in het verleden twee profielpagina’s en twee zakelijke pagina’s van mij geruimd, omdat mijn werk ‘aanstootgevend’ zou zijn. Dat wat in musea en galeries hangt kan op de een van de andere manier niet door FB getolereerd worden. Ik had de keuze, of ik bleef weg van FB of ik ging aan zelfcensuur doen. In mijn naïviteit dacht ik: Ach, what the fuck, dan schiet ik in dezelfde fotosessie nog een paar plaatjes die de pukkelige leeghoofden van FB behagen. In het begin vergat ik dat steeds, maar na een tijdje ging het als het ware vanzelf.

Totdat het punt gekomen was dat ik het gewoon niet meer in de gaten had dat ik aan zelfcensuur deed. Al mijn foto’s werden opeens door Facebook – zelfs voor advertenties – goedgekeurd.

Het besef dat het een instantie gelukt was om me op mijn 61ste alsnog grondig aan zelfcensuur te laten doen was eigenlijk te pijnlijk voor woorden, want censuur daar kan een mens omheen, maar zelfcensuur is het einde van alles wat ooit oprecht was.

Dus ook als ik onder druk van anderen mijn profiel weer wil activeren, dan zal ik me dat goed moeten realiseren.

KamaSutrA

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

De KamaSutrA beurs, die u waarschijnlijk allemaal wel kent, gaat verder als het KamaSutrA Erotic Festival. Van 30 september t/m 2 oktober 2016 vindt dit eerste festival plaats in de Jaarbeurshallen te Utrecht. Deze nieuwe formule wordt door de organisatie als volgt omschreven: ‘Beleving staat meer dan ooit centraal. DJ’s, gogo danseressen en tal van bijzondere eyecatchers geven KamaSutrA een nieuwe impuls.’

TKW’s medewerker Hans van der Kamp zal ook aan dit festival deelnemen met een volledig geoutilleerde fotostudio en uiteraard het nodige promotiemateriaal voor TKW. Bezoekers van TKW kunnen daar een gratis fotosessie krijgen door voorafgaande aan het festival contact met hem op te nemen onder vermelding van de code TKW2016 in het contactformulier.

Interview

TKW: Vanwaar deze deelname aan een evenement waarin BDSM niet echt centraal staat?

HvdK: Ik geloof niet zo sterk in scheidslijnen, we zijn allemaal wel met de een of andere kink behept en ik ken de KamaSutrAbeurs van jaren geleden en ik herinner me dat het BDSM-eiland toch wel de meeste bezoekers trok. Ik kan me ook nog goed herinneren hoe een show van Meesteres Roxy zoveel kijkers trok dat de loopgangen verstopt raakten en er bijna sprake was van een veiligheidsprobleem. En de vraag blijft natuurlijk altijd bij wie je het beste kunt laten zien wat BDSM zoal inhoudt. Bij de mensen die al jaren in de scene zitten en het toch allemaal wel weten, of bij de mensen die nieuwsgierig zijn?

TKW: Is de naam KamaSutrA niet teveel gekoppeld aan de swingers-scene?

HvdK: Dat er veel swingers komen is een feit en in de BDSM-wereld houden ze niet zo van swingers en dat is ook begrijpelijk. Al die vrouwen die al járen zogenaamd ‘bischierig’ zijn, omdat hun man het zo opwindend vindt om zijn vrouw met andere vrouwen bezig te zien. Terwijl die mannen natuurlijk vaak zelf weer als de dood zijn voor een ‘verdwaalde’ mannenhand. Dat past natuurlijk niet zo in de BDSM-wereld waar de rollen duidelijk zijn en vrouwen krachtiger posities hebben. Toch zijn er ook genoeg BDSM-feesten te noemen waar swingers, die voor de gelegenheid opgetuigd zijn in een lak- of latexoutfitje, samen soms voor een kwart van de bezoekers tekenen. Nogmaals, als het om mijn werk gaat liggen die scheidslijnen niet zo duidelijk en voor mensen die kaartjes verkopen op BDSM-feesten kennelijk ook niet zo. (lacht)

TKW: Je bent en blijft een omstreden persoon door je uitspraken.

HvdK: Nou, niet als ik swingers in de maling neem op een BDSM-site, want dan is het opeens allemaal waar wat ik zeg, toch? Maar inderdaad, ik hou van krachtige uitspraken en een open discussie. Toch zal ik op het festival hoofdzakelijk mijn mond houden, want ik ben daar uitsluitend en alleen voor de fotostudio die we daar opgezet hebben en die studio is qua oppervlakte iets groter dan de fotostudio waarin ik gewend ben in te werken. Bovendien heb ik nooit eerder gewerkt in een situatie waarin tientallen mensen achter mij staan te kijken wat ik aan het doen ben. Verwacht dan ook een zeer timide en redelijk zenuwachtige Van der Kamp als je langskomt.

TKW: Je gaat ook echt mensen uit het publiek de studio binnenhalen?

HvdK: Dat hoop ik wel. We hebben een pashokje, een spiegel en een volledig uitgeruste studio. Ik heb wel mensen uitgenodigd met wie ik vaker werk, zodat ik daar niet bij gebrek aan animo van het publiek temidden van een paar vrijwilligers alleen maar posters voor TKW sta uit te delen of folders voor mijn eigen winkel. Dynamiek staat immers centraal op zo’n festival.

TKW: Je werk draait hoofdzakelijk om fetisj- en BDSM-fotografie. Plus misschien een scheutje vanilla erotiek?

HvdK: Ja, zo ziet het er wel uit. Deels is dat een vertekend beeld, want op BDSM-foto’s zijn weinig borsten of geslachtsdelen te zien, dus die foto’s laten zich makkelijker promoten op Facebook en andere media. Maar mijn basisthema is toch eigenlijk alles wat met seksualiteit te maken heeft.

TKW: Waarom zo’n breed thema als alles wat met seksualiteit te maken heef? Waarom niet gewoon je eigen seksuele voorkeur verbeelden?

HvdK: Het antwoord daarop is tweeledig. Ten eerste is er mijn eigen geworstel met seksualiteit. Wie wil zoals ik – opgegroeid in een uiterst braaf, katholiek milieu waar seksueel misbruik geaccepteerder was dan seksuele diversiteit – zo rond zijn tweeëntwintigste ontdekken dat hij een biseksuele BDSM’er is met een speelse, maar desalniettemin sadistische inslag? Alles moet kunnen natuurlijk, maar toen ik daar achter kwam was het 1975 of zo. Ik vond biseksueel zijn al moeilijk genoeg. In die tijd was je als biseksueel niet echt welkom in de homo-scene, want daar werd je gezien als iemand die niet echt uit de kast durfde te komen en in de hetero-scene zagen ze je als iemand die van twee walletjes at. Ik dacht dan ook vaak: Is het al niet erg genoeg dat ik biseksueel ben? Moet ik nu ook nog zo nodig SM erbij krijgen van Onze Lieve Heer? Maar ja, wat wil je als je een opvoeding hebt genoten op scholen waar boven elke deur een gekruisigde man hing?

TKW: En ten tweede?

HvdK: Dat ik doodmoe word van professionele fotografen die in hun portfolio – ik noem maar wat – alleen maar jonge Aziatische meisjes hebben zitten. Goed, die fotograaf valt dus op kleine, Aziatische meisjes, of misschien wel op alle kleine meisjes. Dat is zo doorzichtig… Dan zit je gevoel voor esthetiek toch hoofdzakelijk in je onderbroek? Ik heb als dominante man privé niet altijd de best denkbare omgang met Meesteressen. Toch komen ze van heinde en verre om door mij gefotografeerd te worden. Waarom? Omdat het mijn vak is en niet omdat ik achter mijn lul aanfiets, zeg maar.

TKW: Dus jij maakt nooit foto’s puur voor de seksuele opwinding?

HvdK: Jawel, net zoals iedereen die een beschermd mapje op zijn smart phone heeft staan, maar niet voor mijn portfolio. Daar zijn die foto’s gewoon niet goed genoeg voor, omdat ik dan afgeleid word door mijn eigen seksuele gevoelens. Voor video geldt hetzelfde trouwens. Het geluid moet ik bij mijn clips altijd verwijderen, omdat mijn zware ademhaling anders hoorbaar is. Die confrontatie kan ik in mijn werk echt niet aan. Dat is misschien leuk als hobby, maar met vakmanschap heeft het weinig te maken.

French judge overrules Facebook’s TOS

For many Europeans who feel strongly connected to the US it is hard to understand why American censors seem to have no problem with pictures of violence on the Internet, whereas they are utterly allergic to images showing something as harmless as a nipple.

So much so that they use their Terms of Service as a tool to delete pages and profiles containing nudity.

It seems to be no problem for Facebook to host pages for the Ku Klux Clan or groups who want to tell the world that homosexuals are mentally ill and should be hunted down. That is a celebration of freedom as far as the largest social network is concerned.

L'Origine du Monde - Gustave CourbetA Frenchman, whose name has not been disclosed, filed a complaint against Facebook in a French court, arguing that his rights to free speech had been compromised because the social network could not distinguish pornography from art. The painting in question L’Origine du Monde, by Gustave Courbet, is on display at the Musée d’Orsay in Paris.

Facebook lawyers argued that – according to their Terms of Services – such cases could only be heard in California courts. The French high court disagreed, stating that the clause is abusive.

‘This decision will create jurisprudence for other social media and other internet giants who use their being headquartered abroad, mainly in the United States, to attempt to evade French law,’ Stephane Cottineau, the teacher’s lawyer, said following the decision. The teacher is seeking €20,000 ($21,900) in damages, according to French daily Le Figaro.

 
Source: The Verge with special thanks to Laura Henkel owner of Sin City Gallery, Las Vegas.

In-between Time – Adam Magyar

For most of my life I have been waiting for something really new and adventurous coming out of photography and I am nearly 60 now and it never really happened.

Early photography was used as an inspiration for painters to stretch the rules of classical composition conventions. Later we see photography imitating painting.

There were moments of hope. When I first heard about holography I was excited, but when I saw my first holograms I was thoroughly disappointed. It seemed that the technicians who made these images had little or no affection with art.

The hologram was invented to show us the third dimension and it didn’t pan out. Not for art. It did a great deal of good for tourist shops, though. And for official documents to prove authenticity of course.

Now my eye was drawn to the works of Adam Magyar who in his very original way with a self constructed camera was attacking the fourth dimension: time.

Strictly speaking, his works do not really belong to photography, nor to videography, yet his works scream photography in every aspect of dealing with light, scenery and composition.

For an in-depth article about Magyar’s work, please read: Einstein’s Camera or visit the artist’s website, or even better: do both.

Below are three video’s that will give you an impression of his work.

Adam Magyar – Stainless, 42 Street (excerpt) from Adam Magyar on Vimeo.

Adam Magyar – Stainless, Alexanderplatz (excerpt), 2011 from Adam Magyar on Vimeo.

Adam Magyar: Urban Flow from Matter on Vimeo.

Tod Browning’s Freaks (1932)

Tod Browning's Freaks (1932)The film was released in 1932 and immediately caused an uproar. If you haven’t seen it, you should. It is not a horror movie, it is not a B-movie. The movie deserves a category of its own. Over the decades it has become a cult film, but it is still provocative in content and execution.

The film deals with the taboo of people with misformities working in a circus as sideshow actors, but most of all it is a love story between two people who were called midgets then and who would now be referred to as ‘little people’.

Somehow Tob Browning managed to cast an enormous variety of people with physical defects. Have a look at this preview of Prince Radian, the living torso lighting a cigarette.

Still, Freaks is far from a freak show.

The only two people who are considered to be ‘normal’ are the bad guys. And the more you get drawn into the movie, the less disturbing the looks of the freaks on center stage become.

But you have to see for yourself.

De perfecte aanslag

Tien jaar geleden had ik als laatste der Mohikanen nog een roomwitte bakelieten telefoon, waarvan de hoorn een trilfunctie had zoals je die ook bij mobiele telefoons aantreft, alleen was dat trillen een onbedoelde bijkomstigheid omdat de bel in het toestel te groot en te zwaar was voor de behuizing. Het apparaat dwong wel tot opnemen, want het geproduceerde geluid ging door merg en been.

Dus ik nam dan ook vrijwel acuut op met mijn katerige hoofd toen het apparaat op een zaterdagochtend veel te vroeg begon te rinkelen. Ik luisterde naar een stem die goeddeels in een voor mij geheel onbekende taal van wal stak en aan het einde van de monoloog abrupt weer ophing.

Ik ben wat traag ‘s ochtends en boven de eerste koffie drong pas echt tot me door dat er toch wat Nederlands in het betoog van de beller was gebruikt. Zo had de man in het begin ‘U bent politiebureau?’ gezegd zonder mijn antwoord af te wachten en later had ik ook nog de woorden ‘bom in plastic tas’ en ‘centraal station’ verstaan.

Dat ik kennelijk voor een receptionist van de politie was aangezien, intrigeerde me. Ik besloot de telefoonnummers van de Amsterdamse politiebureaus op te zoeken en inderdaad mijn telefoonnummer verschilde maar één cijfer met dat van een politiebureau aan de andere kant van de stad.

De koffie viel niet helemaal lekker, aanlengen met Wodka hielp ook al niet, dus ik besloot weer naar mijn slaapkamer te gaan en op weg daar naartoe zag ik uit het raam dat het een prachtige zomerse dag was. De Haarlemmerstraat was ondanks het vroege uur al volgestroomd met lieden in fleurige kleding en in mijn verbeelding liepen ze allemaal als lemmingen richting Centraal Station en de aldaar geplaatste bom.

In een vlaag van blinde burgerzin besloot ik de politie te informeren.

Vier uur later had ik een gummizool van de Nederlandse inlichtingendienst over de vloer, die ik uiteraard eerst moest uitleggen dat ik niet zelf van plan was een aanslag te plegen. De man had de merkwaardige gewoonte om vrijwel elke zin te beginnen met: ‘We mogen dit eigenlijk niet vertellen, maar…’

De eerste directe vraag die hij stelde was of ik kon vertellen welke taal de beller had gesproken. Ik had geen idee. Het had Fries kunnen zijn, Chinees of Fins. Dat antwoord was niet voldoende. ‘Hoe klonk het dan?’ vroeg hij. ‘Nou,’ zei ik, ‘het klonk nogal gutturaal…’

Dat woord kende hij niet. Ik moest het nadoen. ‘Guh, ghèh!’ papegaaide ik, terwijl ik onbedoeld wat bronchiaal slijm omhoog werkte.

“Ah! Arabisch!’ concludeerde de ambtenaar met een tevreden glimlach.

De rest was snel geregeld. Ging ik ermee akkoord dat zijn dienst mijn telefoon een tijdje afluisterde voor het geval dat de beller zich weer zou melden? Natuurlijk ging ik daarmee akkoord. Het benodigde formuliertje voor toestemming had hij helaas niet bij zich, maar ik stelde hem meteen gerust.

Luister jij maar lekker mijn telefoon af, dacht ik, dan kun je met mij concluderen dat mijn vriendinnen die zo uit de serie ‘Sex And The City’ gestapt zouden kunnen zijn bij elkaar opgeteld qua empathisch vermogen minder waard geacht mogen worden dan de gemiddelde raamprostituee.

Ik verkneukelde me al bij de gedachte dat ze al dat zinloze geroddel van de dames moesten gaan filteren op verborgen mededelingen over op handen zijnde terroristische aanslagen. In het trapgat vroeg ik de ambtenaar nog wel voor de zekerheid of ik mijn zoon moest informeren dat hij vandaag beter het Centraal Station kon mijden op weg naar huis. ‘Nee,’ zei de man, ‘daar is geen enkele reden toe. Die Moslims bellen om de dag de politie dat ze een bom hebben neergelegd op het Centraal Station en als we dat allemaal serieus moeten gaan nemen…’

Nog een paar weken daarna vertelde ik, in de wetenschap dat alles wat ik zei geregistreerd werd, met veel plezier aan iedereen die belde uitgebreid over al de zaken die de ambtenaar verteld had vanaf de aanhef: ‘Ik zou dit eigenlijk niet mogen vertellen, maar…’

In die tien jaar is er nooit een bom ontploft op het Centraal Station. Er is eigenlijk nergens een bom ontploft in dit land, maar voor het aftappen van een telefoon of Internetverbinding denkt geen enkele ambtenaar nog een formuliertje nodig te hebben.

Eigenlijk heb ik nooit meer aan het incident gedacht, totdat ik gisteren mijn assistente met een zak eierkoeken binnen zag komen. ‘Die werden uitgedeeld op het Centraal Station. Gratis!’

Opeens zag ik het helemaal voor me. De perfecte aanslag op een Nederlands station zou toch wel zijn om eierkoeken uit te delen met een traag werkend gif erin. Want als je zo’n kleffe hap gratis aanbiedt, dan weet je zeker dat je vrijwel alleen autochtone Nederlanders treft en niet je eigen broeders en zusters.

John M. HD Test XC10

Updated – So, this the second raw edit of a quick and dirty short production featuring Dutch photographer John Melskens. The edit is far from definitive and a lot needs to be done on sound. I forgot my windcover for the microphone.

Shooting time: approx. 2 hours
Editing time: approx. 6 hours