Skip to content

Author: MvN

De wereldwijde stekkerdoos

Met de term Wereldwijde Stekkerdoos wil ik het Internet niet kleineren, het is een liefdevolle verwijzing naar de periode dat het Internet langzaamaan voor een breder publiek toegankelijk werd. Het zal in 1995 zijn geweest dat ik als bezitter van een modem, in de zomer met de ramen open, voor het eerst mocht luisteren naar het gefluit en gepiep van een andere modem aan de overkant van de straat.

Er was nog geen Wi-Fi, veel Microsoftgebruikers hadden nog niet eens een browser die plaatjes kon tonen, en alle aansluitingen verliepen via koperdraad. Zo’n netwerk mag met recht een wereldwijde stekkerdoos genoemd worden.

Voor mij begon het met DDS, een Amsterdams initiatief, kantoor houdend in de Balie waar je dus als Amsterdammer zo naartoe kon fietsen om een floppy te halen die je in staat stelde om een programmaatje te installeren dat naar ik meen Telix heette om een bezoek aan De Digitale Stad Amsterdam te brengen, een kolossale site die zich op één enkele computer bevond, een Sun Sparc.

Veel technische know-how kwam van een groep ‘white hat’ hackers die hun eigen toegang tot het Internet verschaft hadden via hacktic.nl dat later Xs4all zou gaan heten.

De founding fathers and mothers van het Nederlandse Internet waren idealisten en ze waren zich ook terdege bewust van de gevaren die het Internet kon opleveren voor de burger. Hun pogingen om dat aan een digibete regering uit te leggen waren geheel vruchteloos, waardoor we nu nog steeds met een immense achterstand leven op het gebied van wetgeving die de brave burger zou moeten beschermen tegen overheden en bedrijven.

Het duurde echter niet lang of de idealistische DDS werd geïnfiltreerd door marketingjongens en -meisjes die na een bezoek aan een grote Internetbeurs in de RAI de potentie van het Internet als reclamemedium waren gaan zien. Dat resulteerde al snel in de beslissing dat mijn geheel non-profit site over Nederlandse literatuur, ooit door henzelf met vlag en wimpel binnengehaald, geen sponsoring meer kreeg in de vorm van gratis hosting. Daarentegen mocht een man die Flippo’s verzamelde en een ‘ruilsite’ was begonnen zich tot het einde van het bestaan van DDS als content provider op gratis hosting verheugen.

Het oorspronkelijke idealisme verwaterde dus snel en het is moeilijk om een datum te hangen aan die omslag, maar voor mijzelf was de opkomst van Wehkamp op het Internet, vlak na de introductie van Internet via glasvezel, het einde van een kort maar heftig tijdperk van fatsoenlijke mensen die een fatsoenlijk netwerk wilden bouwen.

Nadat bedrijven het web verzadigd hadden met advertenties, werden ook de overheden langzaam wakker wat geheel voorspelbaar resulteerde in meer ellende. Het is veilig te stellen dat de overheden en het bedrijfsleven de basis hebben gelegd voor Web 2.0, een Internet dat nauwelijks bescherming bood voor de burger. Dat was in eerste instantie vooral in het voordeel van het bedrijfsleven, niet de bestrijding van het terrorisme.

Ook de overheid genoot er zichtbaar van om bejaarden die geen Internetaansluiting hadden langzaamaan te dwingen om een DigiID te nemen wilden ze nog in aanmerking komen voor een woning of financiële tegemoetkomingen. Dat mag rustig schandalig genoemd worden omdat diezelfde overheid nog elke dag containers vol goeddeels ongelezen stapels papier creëerde en moeite had om hun computersystemen ‘betaalbaar’ te upgraden, om maar te zwijgen van de totale onwil van ambtenaren om die netwerken ook verantwoord te gebruiken. Veel verder dan de computer de schuld geven van administratieve fouten kwam men niet.

Een enkele lolbroek zoals politicus Rob Oudkerk die de computer gebruikte om op zoek te gaan naar goedkope maar bekwame prostituees werd ontslagen. Hij had mogelijk om heel andere redenen ontslagen kunnen worden, waar ik er minstens drie van kan opnoemen die voor de PvdA als partij veel belastender zouden zijn geweest, maar ere wie ere toekomt; Oudkerk zorgde als enige ambtenaar voor een voor de burger zichtbaar en begrijpelijk creatief gebruik van een overheidscomputer.

In theorie zou Web 3.0 nu een feit moeten zijn. Wat is het verschil met 2.0? Dat het bedrijfsleven nu niet meer het meeste roet in het eten gooit, maar dat de nog dogmatischer denkende ambtenaren/officials van internationale inlichtingendiensten nu ruim aan zet zijn.

Zo wordt door Obama geconstateerd dat Fake News de grootste bedreiging vormt voor de democratie, wat een absoluut lachertje is voor wie weet hoe journalistiek werkt. Er is nooit iets anders dan Fake News geweest. Nieuws is van nature democratisch. De ene scribent beweert dat Poetin een schoft is en een ander beweert dat hij het tweede onbevlekt ontvangen kind van de Heilige Maagd Maria is. Aan u de eer om te beslissen wat u wilt geloven, het ene uiterste of het andere uiterste, of iets er tussenin. Mocht u daar te dom voor zijn, dan is nieuws niet aan u besteed. Journalisten zijn geen schrijvers, maar overschrijvers die vooral voor hun hoofdredacteur en uitgever werken die beiden een politieke agenda hebben en ze schrijven zelden of nooit – zoals door naïeve geesten wel eens gedacht wordt – om het publiek te informeren.

Als Obama beweert dat de CIA – overigens zonder enige bewijsvorming – stelt dat de Russen de Amerikaanse verkiezingen hebben beïnvloed dan is dat voor NRC en Volkskrant Real News. Als Poetin beweert dat hij van niets weet en dat de CIA meer verkiezingen wereldwijd beïnvloed heeft dan welke andere inlichtingendienst, dan heet dat Fake News. Voor de Russen geldt hetzelfde maar dan omgekeerd.

Web 3.0 wordt mijns inziens dan ook niet zozeer gekenmerkt door de pijlsnelle opkomst van het Internet Voor Dingen als wel door het feit dat propaganda nu eindelijk echt salonfähig is geworden. Wat ooit het sterke punt was van overambitieuze volkscommiezen, is nu ook weggelegd voor intellectuelen die denken het beste met de wereld voor te hebben.

Daar gaan we weer

Ik weet het. Er is eigenlijk niets zo kinderachtig als om in een vlaag van ergernis je Facebook-account te deactiveren. Het is de derde keer dat ik het doe en de eerste twee keer heb ik mijn profiel na een paar weken weer geactiveerd. Niet omdat ik dacht iets te missen, maar omdat ik het zat was om E-mails en andere berichten te beantwoorden van mensen die zich afvroegen waar ik gebleven was.

Ik zit vooral op FB omdat ik daar mijn fotografiewinkel promoot en contact onderhoudt met mijn modellen.

Overigens heb ik mijn Facebook fotografiepagina die aan een andere account hangt wel in stand gehouden, dus echt weg ben ik niet, al komen de mailtjes met de vraag waar ik in godsnaam ben gebleven al met enige regelmaat binnen.

Ik ben gewoon thuis aan de Nieuwmarkt in het hipste bejaardentehuis aller tijden, maar dat telt niet. Je moet met het groene aanwezigheidslampje naast je meest voordelige portret op FB zitten. Met voortdurend openklappende praatvenstertjes. Vaak van mensen die je daar hebt leren kennen en die bovendien over een zeer beperkte woordenschat beschikken. Veel verder dan Wow, Hihihi, Hehehe en Cool komen ze vaak niet.

Lief en schattig, maar niet genoeg stof voor mij om een fatsoenlijk gesprek te voeren. Ook wanneer ik als oude man van frisse fotomodelletjes duizend emojihartjes en -kusjes toegestuurd krijg, kan ik alleen maar denken: Ik zal je eens goed in je kont komen naaien, dan zullen we eens zien wat voor visuele onbenulligheden je nog uit je razendsnelle vingertjes weet te wringen.

Niet aardig van me, ik weet het. En geloof me, ik zou me nog eerder met behulp van een snoer kerstlichtjes aan een balk ophangen. Het zijn juist die nare gedachten die me van dat soort daden weerhouden en me in staat stellen een brave en betrouwbare fotograaf te blijven.

Toch was acute ergernis niet de enige reden waarom ik mijn account gedeactiveerd heb.

Er was iets belangrijkers aan de hand. Facebook heeft in het verleden twee profielpagina’s en twee zakelijke pagina’s van mij geruimd, omdat mijn werk ‘aanstootgevend’ zou zijn. Dat wat in musea en galeries hangt kan op de een van de andere manier niet door FB getolereerd worden. Ik had de keuze, of ik bleef weg van FB of ik ging aan zelfcensuur doen. In mijn naïviteit dacht ik: Ach, what the fuck, dan schiet ik in dezelfde fotosessie nog een paar plaatjes die de pukkelige leeghoofden van FB behagen. In het begin vergat ik dat steeds, maar na een tijdje ging het als het ware vanzelf.

Totdat het punt gekomen was dat ik het gewoon niet meer in de gaten had dat ik aan zelfcensuur deed. Al mijn foto’s werden opeens door Facebook – zelfs voor advertenties – goedgekeurd.

Het besef dat het een instantie gelukt was om me op mijn 61ste alsnog grondig aan zelfcensuur te laten doen was eigenlijk te pijnlijk voor woorden, want censuur daar kan een mens omheen, maar zelfcensuur is het einde van alles wat ooit oprecht was.

Dus ook als ik onder druk van anderen mijn profiel weer wil activeren, dan zal ik me dat goed moeten realiseren.

Yellow Blue Bus (2)

Alles van waarde in mijn leven is voortgekomen uit een ongeluk of een misverstand. Geregeld seksueel misbruik tijdens een langdurig verblijf in een kliniek op mijn twaalfde jaar zorgde er voor dat ik een leven lang gefascineerd zou blijven door seksualiteit. Daardoor ben ik ongewild een seksuoloog van de koude grond geworden, maar ik heb er ook nog eens een prachtberoep aan overgehouden.

Ik kan het ieder slachtoffer van seksueel misbruik aanraden. Vergeet nu maar dat je ooit vijf sterren op het vlak van intimiteit gaat krijgen en ga achter een camera staan en fotografeer of film dat alles waar je eigenlijk zelf niet zo goed in bent. Je kunt beter indirect goede ervaringen hebben dan halfslachtige pogingen doen om zelf te excelleren in iets wat toch nooit meer echt perfect gaat lukken.

De rij zaligheden die voortgekomen zijn uit de vele misverstanden in mijn leven is te lang om hier weer te geven, maar in het kader van de recente reis naar Moskou is het belangrijk te vermelden dat een vriendin vijf jaar geleden de correspondentie deed voor mijn Erotisch Museum voor het Internet AMEA. Ze stuurde me een mailtje door met het verzoek of ik er even naar wou kijken voordat ze het bericht naar de prullenbak zou verwijzen.

Het bericht was inderdaad vreemd geformuleerd. Het Engels was cryptisch, maar we deden in die tijd zaken met de hele wereld en mijn inmiddels geoefende oog zag meteen dat dit geen onzinmailtje was. De exacte tekst heb ik niet paraat, dus ik parafraseer: Ik entrepreneur Rusland. Veel zaken. Wil museum erotische kunst starten. In Moskou. Adviseer!

Ondertekend door Alexander. De meeste berichten uit Moskou in die tijd waren SPAM of Money Schemes, maar ik besloot toch terug te schrijven en prompt kwam er een reactie van een assistente die in perfect Engels schreef. Een verzoek of ik een paar dagen naar Moskou wilde komen om mee te denken. Ik schreef een concept dat later zoek bleek te zijn geraakt en een datum werd vastgesteld.

Er was slechts één probleem. Ik zat al jaren, sinds het overlijden van mijn vader – wat een katholiek lang en gruwelijk proces was zonder morfine – met een zware paniekstoornis binnen. Ik durfde niet eens boodschappen te doen. Dat deden anderen voor me en als ik echt naar buiten moest voor het verlengen van een paspoort of wat dan ook, dan wist ik dat alleen een fles Wodka gecombineerd met een lading Lorazepam me in staat stelde mijn taken te volbrengen. Toch kon ik me niet permitteren deze klus te laten liggen.

Zo kwam het dat ik op een dag redelijk beneveld op weg ging naar Moskou. Daar ben ik blijven drinken om de voortdurend aanzwellende paniek de kop in te drukken. Niet zozeer omdat ik in Moskou was, maar vooral omdat ik zo vaak naar buiten moest. Het was gênant, want geen van de Russen om me heen dronk iets anders dan water of Starbucks koffie.

Desalniettemin werden het geen verloren dagen. Ik zag in het definitieve concept duidelijk elementen terug die ook in mijn zoekgeraakte concept voorkwamen, maar ja zo origineel is zo’n museumconcept nu ook weer niet, dus daar heb ik, ver van huis als ik was, maar niet al te moeilijk over gedaan. Gelukkig verkocht ik veel van mijn eigen fotografische werken en mijn verdere adviezen aangaande erotische kunst leken in goede aarde te vallen.

Inmiddels was ik door de stress van het onderhandelen via een tolk die beter Italiaans sprak dan Engels wel zekerheidshalve overgeschakeld op ‘under the counter’ wodka van een hoger promillage zodat ik uiteindelijk bij terugkeer half door een tolk ondersteund het vliegveld moest bereiken, terwijl Alexander heel galant achter me aanliep met mijn koffertje. Ze hebben daar in Rusland duidelijk wel wat over voor een oude, roestige provocateur. En bij Aeroflot accepteerden ze gelukkig nog dronken passagiers.

Inmiddels had ik een grote bewondering voor Alexander opgebouwd. Niet alleen was hij eens de eerste democratisch gekozen burgemeester van Archangelsk – een ambt waar hij door Poetin werd uitgewerkt toen Alexander hogere politieke ambities kreeg – maar hij was ook vooral een energieke, levenslustige man die zeker op dat moment alles vertegenwoordigde wat ik eigenlijk zelf zou willen zijn.

Op de BBC zag ik dat het museum ten prooi viel aan aanvallen met knuppels en zoutzuur door conservatieve knokploegen en met veel gedoe via Google Translate leerde ik uit Russische berichten op het web dat ik in een adem genoemd werd met Helmut Newton als fotograaf/provocateur. Dat streelde mijn ijdelheid wel. Die aanvallen waren ook geen grote schok voor mij want zowel in Nederland als in de Verenigde Staten heb ik meegemaakt dat mijn werk vernield werd door mensen die geloof en goede zeden vertegenwoordigden.

Na mijn terugkeer uit Moskou hoorde ik vrijwel niets meer van Alexander. Ik schreef dat toe aan het feit dat ik in Moskou zoveel gedronken had. Zo vergezocht was die gedachte nu ook weer niet.

Drie jaar later zat ik met Kerstmis bij mijn moeder en een stortvloed aan SMS’jes kwam binnen op mijn telefoon. Alexander. Geheel in de war. Hij had voor het eerst en waarschijnlijk voor het laatst Space Cake gegeten in een Amsterdamse coffeeshop. Zijn teksten waren warrig en hij had duidelijk hulp nodig, maar ik antwoordde als de verstoten minnaar. Drie jaar niets van je laten horen en nu dit, dacht ik voordat ik resoluut mijn telefoon uitschakelde.

De volgende dag had ik mij al over mijn irritatie heengezet. Ik liet hem de buurt zien, bracht met hem een bezoek aan alle gelegenheden op de Wallen waar een toerist zoal naartoe gaat en waar ik vaak zelfs nog niet eens was geweest. Het werden twee gezellige dagen en toen hij weer op het vliegtuig stapte dacht ik met enige weemoed dat ik hem nooit meer terug zou zien.

Totdat bijna twee jaar later mijn telefoon begon te piepen. Zes nieuwe berichten van Alexander. In het Russisch.
 
(Wordt vervolgd)

Yellow Blue Bus (1)

Yellow Blue Bus. Spreek je die woorden heel snel achter elkaar uit dan lijkt het alsof je ‘Ik hou van je’ in het Russisch zegt. Yellow Blue Bus Russia, zeg ik dan nu even in gedachten. Dat mag eigenlijk alleen in gedachten, want na mijn vorige werkbezoek aan Moskou kreeg ik nogal wat kritiek van vrienden die het beleid van Poetin aangaande de mensenrechten en de LHBTQ-gemeenschap in het bijzonder niet op prijs konden stellen.

Liever zagen ze een geïsoleerd Rusland dat aan alle kanten wordt geboycot, hoe gevaarlijk dat ook moge zijn want Rusland is wel een enorm groot land met een aanzienlijk grotere militaire capaciteit dan wij in Europa hebben.

Hier op de Zeedijk kon je in bijna geen enkel café nog Wodka bestellen. Zelfs de van huis uit Amerikaanse Smirnoff was in de ban gegooid.

Ik snap het wel. Wij Nederlanders komen altijd graag op voor mensenrechten in andere landen. Misschien juist nog wel wat enthousiaster naarmate de rechten van veel groepen in onze eigen samenleving meer onder druk komen te staan.

Wat we met onze protesten indirect zeggen is dat elke Rus een kleine Poetin is, terwijl er genoeg mensen in Nederland zijn die niet graag als een kleine Rutte, Wilders, of Samsom gezien zouden willen worden.

Het treurige is dat men op die politici dan nog vaak zelf gestemd heeft ook. Dat kun je van de Russen niet echt zeggen.

Maar Poetin is een levensgevaarlijke dictator die zoveel steun heeft binnen zijn eigen land, zal de wakkere krantenlezer opperen. Dat klopt. Poetin heeft net zoveel steun in Rusland als Wilders in Nederland, of Trump in de USA. In die context kun je stellen dat hij de stem van het volk vertegenwoordigt.

Urenlang heb ik in de kou gestaan op de Arbat in Moskou met een videocamera terwijl een Russische interviewer mensen vroeg wat ze van Poetin dachten. De reacties waren net zo wisselend als wanneer ik op de Kalverstraat mensen had gevraagd wat ze zoal van Rutte dachten.

De cultuur is wel duidelijk anders in Rusland. Zo is literatuur een verplicht nummer op vrijwel elke school, ongeacht het niveau van de opleiding, en zo geduldig als wij zijn met voetbalhooligans, zo weinig geduld hebben ze daar met dezelfde groep mensen.

Ik maakte het mee op een metrostation. Een groep hooligans begon te zingen en moeilijk te doen. Drie bontmutsen schoten achter een pilaar vandaan, de grootste oproerkraaiers werden uit de groep gevist en het was weer rustig.

Dat soort machtsvertoon is nu eenmaal kenmerkend voor dictaturen zal de criticus stellen.

Hier aan de Nieuwmarkt maak ik een of twee keer in de maand mee dat de gemeente uitrukt met een waar leger van agenten die aan de kant gaan staan met hun armen over elkaar terwijl bierblikjes door de lucht vliegen, voorbijgangers in het gedrang komen en caissières van de Albert Heijn en Hema lastig gevallen worden. Het nut of doel van de aanwezigheid van al die blikken vol politie blijft obscuur, wel is duidelijk wie voor al die kosten op zal moeten draaien.

Dat is dan weer mooi aan een democratie. We delen de lasten geduldig en met een stoïcijnse onverschilligheid naar allen die diezelfde democratie ondermijnen.

Ik heb dan ook zoals kwade tongen beweren op geen enkele manier willen goedpraten dat de Gay Pride jaren geleden op slordige wijze uiteengeslagen werd door de oproerpolitie. Ik was er niet bij, maar ik geloof de Nederlandse kranten en tijdschriften blind op mijn ogen. Dat er in Rusland gesteld wordt dat het niet zo gewelddadig verliep staat haaks op het feit dat er sindsdien geen Gay Pride meer is geweest.

Voor de Nederlander is de gemiddelde Rus dus homofoob. Bleef het probleem maar zo beperkt tot een groep mensen met één enkele seksuele voorkeur. Het probleem is veel groter. Het is seksualiteit in algemene zin waar Russen nogal moeite mee hebben om over te praten of er uiting aan te geven. Dat conservatisme gaat terug naar de tijd van de USSR. Seksualiteit was niet bespreekbaar. Worker bees don’t fuck. Dat is nu eenmaal zo.

Bij de eerste openbare satellietverbinding die ooit gelegd werd tussen Moskou en New York kwam van Amerikaanse zijde de vraag hoe het zat met het seksleven in de Sovjet Unie. Een verontwaardigde Russische dame antwoordde zonder enige ironie: ‘Er is geen seks in de USSR!’

Wie dat begrijpt snapt opeens veel meer van Rusland. Voeg daar aan toe dat de door ons zo geliefde Gorbatsjov het land in een chaos van extreme vrijheden gooide waardoor elke armoedzaaier voor een handvol centen een staalfabriek kon opkopen en er alleen nog gehandeld kon worden in zwarte Amerikaanse dollars, dan begrijpt u wellicht ook het succes van Poetin. Hij zorgde voor het einde van de wachtrijen voor voedsel, herstelde de Roebel en maakte van de breed verspreide corruptie een gecontroleerde Staatsaangelegenheid die geen competitie duldde, iets waar de Russen al vertrouwd mee waren en ook heel goed mee overweg kunnen.

Waarom zou ik mij druk maken over politiek? Op Facebook hou ik mij verre van Zwarte Piet discussies en al het andere politiek getinte gekwaak. Waarom nu opeens de wereld volgens G.B.J. van der Kamp? Nou, juist vanwege seksualiteit. Het is het belangrijkste thema in mijn fotografische werk en ik wil indirect antwoord gegeven op een veel gestelde vraag.

Wat deed je daar nou precies in dat Rusland, Van der Kamp?

(wordt vervolgd)

New Design for Mimi’s Clips

New Design Mimi's Clips

My favorite Mimi’s Clips had got a new design and as you can see it is quite similar to my own blog design. That is of course because I used the same theme.

But that is not all. A large member section was added and for the time being it is only accessible for friends and people we do business with, since the clips itself are being sold at clips4sale.

BDSM- en Fetisjfotograaf

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Een ding wist ik zeker toen ik zo op mijn twintigste vakfotograaf werd en dat was dat ik nooit BDSM- of fetisjfotograaf wou worden. Dat had niets te maken met weerzin naar de thema’s. Eerder was het een poging tot zakelijk denken. Ik dacht met zekerheid te kunnen stellen dat een fotograaf die eenmaal in dat hokje was geplaatst nooit meer andere opdrachten zou krijgen. Misschien was dat ook wel zo in die tijd.

Hoe dan ook, ik heb gesparteld dat het een lieve lust was, maar ik loop nu toch al zo’n vijftien jaar rond met de denkbeeldige neonreclame boven mijn eigenwijze hoofd met daarop in koeienletters geschreven: Hans van der Kamp, Fetisj- en BDSM-fotograaf.
 


Behind the scenes from ArtCrazed.com on Vimeo.

Daar ben ik ook trots op inmiddels. Ik vul dat met opzet zo in bij hele brave fotografiesites die naar mijn site kunnen linken en dan erger ik me soms toch een beetje aan dat ik in de categorie ‘fine art photography’ eindig. Misschien komt dat omdat ik vrijwel nooit een spel fotografeer en probeer alle kinky thema’s naar portretten te vertalen.

Maar niet getreurd, fine art photography en BDSM-fotografie hebben één ding met elkaar gemeen en dat is dat het zo’n beetje de beroerdste specialisaties in de fotografie zijn om je geld mee te verdienen. Tegelijkertijd ook de meest intrigerende. Geloof me, ik heb het in 40 jaar allemaal gedaan, van culinaire fotografie tot platte porno. Hoe ik mezelf desalniettemin staande weet te houden is soms zelfs voor mij een raadsel.

Toch sta ik elke dag wel op met dat heerlijke gevoel dat de dag zomaar iets betoverends kan leveren. In de vorm van extravagante rottigheid, waar ik soms erg van kan genieten, of in de vorm van een middag fotografie met een echtpaar uit de rubber scene dat me dan weer zo kan ontroeren dat ik er een avondje stil van ben. Laten we eerlijk zijn, we zijn geen van allen in deze wereld echt makkelijke mensen om mee om te gaan. Ook mag ik best ergens bovenaan dat lijstje van moeilijke mensen genoteerd worden. Maar oppervlakkig is vrijwel niemand in onze wereld.

Kom daar maar eens om in het brave bedrijfsleven.

Ook ben ik altijd weer op zoek naar die ene foto die ik waarschijnlijk nooit zal maken, maar het er naar zoeken is zo’n prachtige reis. Vandaar dat ik ook altijd op zoek ben naar nieuwe mensen om voor me te poseren en dat vind ik eerlijk gezegd wel een gruwelijk proces. Ik moet dan de veiligheid van de camerazoeker verlaten en tientallen vragen beantwoorden.

De meest gevreesde vraag is voor mij dan altijd: ‘Hoe moet ik me zo’n fotografiesessie bij u voorstellen?’ Dat is namelijk een onmogelijke vraag om oprecht te beantwoorden zonder met een dooddoener te komen als: ‘Het loopt zoals het loopt.’ Zo voelt het wel voor mij. Ik word doodmoe van mensen die denken dat je fotografie kunt vatten in lokaties, moodboards, visagie, of outfits. Ik wil de persoon die ik fotografeer een beetje leren kennen en dan pas weet ik wat voor foto’s ik wil maken.

Dat betekent dat mijn modellen geduldig moeten zijn, terwijl ik hen schijnbaar achteloos het hemd van het lijf vraag, talloze sigaretten rook voordat ik eindelijk aan de slag ga, maar dan komt er naar mijn idee ook fotografie uit die persoonlijk, uniek, herkenbaar en duurzaam is.

Eigenlijk klinkt dat alsof een fotosessie bij mij bijna even erg is als een wortelkanaalbehandeling bij de tandarts. Toch dekt dat naar mijn gevoel de lading ook niet, al zullen sommige mensen die door mij gefotografeerd worden het wel zo ervaren. Vandaar dat ik bovenstaand filmpje heb gecompileerd uit stukjes video van smart phones en compact camera’s gemaakt door mijn partner, collega en trouwe assistente Eveline.

Opa vertelt (6)

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Ik was 26 en ik voelde mezelf heel wat. Zoals de meeste mensen van die leeftijd. Mijn werkzaamheden als fotograaf voor de Nieuwe Revu liepen gesmeerd. Ik vloog van het ene land naar het andere en het gebeurde regelmatig dat mijn werk drie keer achter elkaar de voorplaat sierde.

Ook over mijn liefdesleven was ik heel positief, alhoewel ik het gevoel had dat er iets miste. Ik wist diep in mijn hart ook wel wat er miste. Ik wilde dingen doen met meisjes of vrouwen die eigenlijk niet konden. Zeker niet in een tijd waarin de feminisering van de man op volle toeren draaide. Als je een beetje mee wilde doen met de rest van mannen op de redactie, dan moest je toch op z’n minst je zaadleiders door laten snijden om je partner het ongenoegen van een anticonceptiepil te besparen.

Maar goed, een klein gemis maakt van een arrogante klootzak nog geen bescheiden jongen. Zo schreef ik aan een meisje met wie ik graag seks wilde hebben zonder blikken of blozen: ‘Je zult geen spijt krijgen van je bezoek aan Amsterdam, want ik bedrijf de liefde op een wijze die onder de Opiumwet zou moeten vallen.’

De schaamte die ik voelde toen ik die tekst na een zolderopruiming weer onder ogen kreeg, was niet gering. Wel had ik met terugwerkende kracht ook een beetje medelijden met mezelf. Dat gesnoef indertijd kwam natuurlijk hoofdzakelijk voort uit het feit dat ik vaker dan gemiddeld na drie keer heen en weer klaarkwam, niet alleen omdat ik de controle verloor, maar vooral ook omdat ik neuken zo verdomde saai vond. Ik had er dan ook alles voor over om dat gekrik zo snel mogelijk te beëindigen.

Loosde ik dan mijn lading, dan riep ik heel geroutineerd: ‘O wat erg, dat overkomt me nou nooit! Je bent gewoon te mooi, te lekker, te slim en te geil!’

Ach ja, als er een God is, dan heeft hij mannen zoals ik een immens plezier gedaan met zachtaardige, goedgelovige en begripvolle vrouwen.

Mick Jagger zong eens: ‘I was just a snotty little fool like kids are now.’

Mijn zelfoverschatting ging zo ver dat ik ook vond dat elk tijdschrift blij mocht zijn als ze mij in huis konden halen, maar ze moesten dan wel naar mij komen. Ik voelde mij te verheven om met een portfolio bij bladenredacties te leuren.

Totdat ik op een dag De Kerfstok, een uitgave van de VVSM in handen kreeg. Alhoewel ik al wist wat ik miste in seksualiteit, had ik nog nooit zo duidelijk visueel voorgeschoteld gekregen wát ik nu precies miste.

Ik raakte in verwarring. Het was een blaadje van het formaat A5, op goedkope wijze in offset gedrukt. Je kon bijna tussen de rasterpunten in de foto’s heenfietsen. Dat was toch niets voor mij?

Waarschijnlijk was dat een juiste inschatting, maar voordat ik die gedachte af had kunnen ronden had ik de redactie van De Kerfstok al gebeld.

Een doodvermoeid klinkende man hoorde mijn betoog aan, zuchtte en zei: ‘Mijnheer, heeft u enig idee hoe vaak ik gebeld word door allerlei mannetjes met een camera om hun nek die voor ons willen fotograferen?’

‘Maar ik ben…’ Verder kwam ik niet. Hij had al opgehangen.

Hoewel ik in die tijd langzaamaan meer begon te experimenteren met wat toen SM heette en nu BDSM, heb ik nog decennia lang geen uitgave meer benaderd die aansloot bij mijn eigen seksuele voorkeur.

Goede vrienden zeiden dan: ‘Waarom fotografeer je niet wat je zelf aantrekkelijk vindt in plaats van die brave dames en heren die je nu steeds fotografeert?’

Mijn argument was steeds hetzelfde: ‘Ja maar, dan val in het vakje BDSM- of fetisjfotograaf en daar kom je nooit meer uit. Dan kun je al het andere werk gedag zeggen. Achteraf weet ik niet eens zo zeker of dat wel zo was, maar het zou tot mijn vijftigste duren voordat ik mij hoofdzakelijk op BDSM- en fetisjfotografie zou richten.

Op een leeftijd waarop wat anderen van me dachten mij in het geheel niet meer kon interesseren.

Ai, Marieke! (4)

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Vervolg op (Deel 1) – (Deel 2) – (Deel 3)

Op een ochtend ging de telefoon en voordat ik wat had kunnen zeggen hoorde ik de woedende stem van Madame C., de eigenaresse van het BDSM-huis waar ik tijdelijk gewerkt had als bedrijfsleider.

‘Mooie vriendinnen hou jij er op na! Die Marieke van jou heeft vijfhonderd Euro uit de kast gejat! Ik heb haar op staande voet ontslagen en dan heeft die trut ook nog het lef om dat te ontkennen en per aangetekende brief de rest van haar salaris plus vakantiegeld op te eisen. Dit is jouw probleem, Van der Kamp, dit ga jíj oplossen!’

‘Hoezo mijn probleem? Ik heb haar in geen weken gezien en weet je wel zeker dat je dat geld niet zelf ergens weggestopt hebt?’

Een vreemde vraag was dat niet, want Madame C. had overal in het pand haar plekjes om zwart geld te verstoppen en helemaal mentaal stabiel was ze nu ook niet sinds ze zich middels 46 operaties en ontelbare illegale hormoonkuren had laten omvormen van een dikke man die in de verkoop werkte tot een zo mogelijk nog dikkere vrouw die een BDSM-huis runde.

Niet dat ze echt zoveel met BDSM had, overigens.

De meeste sessies wees ze af. Het enige waar ze voor uit haar fauteuil kwam was het door haar in het leven geroepen ‘slavenwerpen’ waarbij ze een slaaf in de speciaal daarvoor geprepareerde achtertuin met gemak drie of soms zelfs wel vier meter door de lucht gooide. Sterk was ze wel, die Madame C.

Ik zat er even over na te denken en ik kwam tot de conclusie dat het telefoontje van Madame C. misschien een slimme zet van haar was. Ze kende me goed genoeg om te weten dat ik nu een prachtige aanleiding had om naar Antwerpen te gaan om Marieke dan maar dat geld uit eigen zak te gaan betalen. Zo’n sukkel was ik wel. Madame C. bespaarde zich daar bovendien een hoop juridisch gezeur mee.

Dat er geld verdwenen was op de wacht van Madame C. was sowieso ondenkbaar. Een grotere vrek was ik in de BDSM-wereld nooit tegengekomen. Ze stopte al het geld dat binnenkwam in haar handtasje en die hield ze de hele dag stevig met twee handen vast als een toeriste uit Drenthe die voor het eerst Amsterdam bezocht.

Ik besloot Marieke te bellen. Nog meer hysterie. ‘U ziet mij niet graag. Uw hart is er niet bij! Ik heb u gemist! Maar u neemt nooit contact op!’

Zuchtend verbrak ik de verbinding na haar verzekerd te hebben dat ik haar restsalaris en vakantiegeld persoonlijk zou komen brengen.

Dat persoonlijk brengen was niet echt nodig natuurlijk. Ik had het geld kunnen overmaken, maar ik bedacht me dat ik – als ik mezelf meer verdriet zou willen besparen – Marieke beter kon uitleggen dat ik niet verder kon gaan met haar. Argumenten had ik immers genoeg. Het grote leeftijdsverschil. Dat we beiden dominant waren, dat ik liever mijn bedrijf en mijn studio wou behouden. Het was ook wel zo beschaafd om dat haar onder vier ogen te melden.

Ik belde de huisslaaf van het BDSM-huis privé op en die was gaarne bereid me naar Antwerpen rijden. Twee dagen later zoefden we al over de kaaien van Antwerpen op weg naar de fontein op de Grote Markt waar ik met Marieke had afgesproken. De slaaf was geen held met navigatie. Heel Antwerpen hebben we gezien en twee uur te laat kwam ik bij de fontein aan.

Daar liep ze dan. Ik moest gewoon even stilstaan om te kijken hoe ze haar rondjes om de fontein bleef lopen. Ik had me kunnen bedenken dat de meeste mensen wel wat langer bereid zijn te wachten als het om het geld gaat, maar in plaats daarvan was ik ontroerd. Diep ontroerd.

Na een warme omhelzing besloten we aan een tafeltje op het terras plaats te nemen. Ik schoof haar de envelop met geld toe.

‘U moet eerlijk zijn,’ zei ze, ‘dit geld komt toch niet van u?’

‘Cross my heart and hope to die. Nee, dit komt van Madame C. Maar we moeten wel praten, Marieke…’

‘Ik heb dat geld niet gestolen!’

Ik zuchtte. ‘Daar gaat het nu niet om. Het gaat over ons. Dit gaat zo niet langer meer. Ik denk alleen nog maar aan jou en ik heb een bedrijf en een vaste partner. Ik ben dertig jaar ouder dan jij. Vroeg of laat gaat een van ons hieraan kapot.’

Even zat ze daar stil met een gezicht dat nog bleker leek te worden dan eerder en daarna klapte ze brakend voorover in mijn schoot, alsof iemand ongezien met een honkbalknuppel op haar achterhoofd had geslagen. Ik zat helemaal onder. Ik had geen kledingstuk meer aan dat niet onder haar braaksel zat.

Zij rende overstuur naar het toilet en ik probeerde me vergeefs zelf wat op te kalefateren met servetjes. Ik vervloekte mezelf nu dat ik, om alle verleidingen te weerstaan toch bij haar te blijven slapen, geen schone kleren had meegenomen.

De rest van de gebeurtenissen lag voor de hand. Braaf liep ik aan Marieke’s hand naar haar kleine studentenwoning en daar liet ik haar mijn kleren uittrekken die ze in de wasmachine deed. Ik stapte onder de douche en ik hoorde de deurbel gaan. Er kwamen kennelijk wat vrienden op bezoek, want ik hoorde flessen opengetrokken worden en gelach.

Ik keek naar mijn lichaam in de spiegel van de badkamer en vroeg me af hoe die vrienden mij zouden zien, gekleed in niets meer dan een handdoek. De nieuwe minnaar van Marieke is een vieze, oude man met een buik. Gelukkig kwam het niet zover. Marieke wist me via een gangetje naar haar slaapkamer te loodsen, waar ik zo diep als ik maar kon onder de dekens kroop en in een diepe slaap viel. Bij mijn ontwaken stond er een fles Stolichnaya wodka op het nachtkastje.

Ik vroeg me af of die fles er misschien al die tijd al had gestaan, maar ik besloot snel dat drinken beter is dan tobben. En ja, natuurlijk bleef ik bij haar. Ik zou willen dat ik dit verhaal zou kunnen afsluiten met een happy ending, maar na een paar maanden heen en weer gereisd te hebben tussen Antwerpen en Amsterdam was ik mijn wederhelft en mijn bedrijf kwijt. Een paar maanden later ook mijn studio en mijn woning.

Bedroefd door de vele verliezen in mijn leven toog ik naar Antwerpen om Marieke te vertellen dat ik nu geheel vrij was, maar de sleutel paste niet meer in het slot van haar voordeur. Een ander vriendje was bij haar ingetrokken. Een normaal vriendje, eentje van haar eigen leeftijd en zo onderdanig als een deurmat.

‘Ik ben een slechte vrouw,’ zei ze, toen ze me na mijn aanhoudend aanbellen toch binnen had gelaten.

Ik dacht even na en zei: ‘Je bent geen slechte vrouw, je bent een briljante vrouw. In het spel lukte het je niet om me onderdanig te krijgen, maar kijk me nu eens aan. Er is toch echt helemaal niets meer van mij over.’

Ai, Marieke! (3)

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Vervolg op (Deel 1) en (Deel 2)

Daar was ze dan. Mijn Marieke in mijn studio. Ze nam plaats aan tafel en het was alsof ik weer met een nieuwe gedaante van haar in aanraking kwam. Ze leek in hoe ze nu bewoog, lachte en spontaan verhalen vertelde niet meer op het meisje in de verfoverall dat ik had leren kennen, maar ook niet op de Meesteres in opleiding.

Haar kleding was sportief maar met on-Hollands veel smaak samengesteld, kortom ze leek op de meisjes die je wel vaker zag in Vlaanderen. Tot in de puntjes verzorgd met een sterk zelfbewustzijn dat hooguit alleen een tikje afgeremd werd door een strenge Rooms-Katholieke opvoeding.

Ze wist al mijn verbale gestuntel met veel humor te pareren, al waren er Vlaamse woorden die door mij niet meteen begrepen werden. Als een oude man die zijn leven lang met vrouwen heeft gewerkt kan niets me meer opwinden dan een vrouw die nog enig mysterie met zich meedraagt. Al kwam dat mysterieuze vooral voort uit haar taalgebruik. Zo noemde zij mijn bureaulade een schuif. Kortom: ze was een mooie vrouw en een plezier om naar te luisteren.

Of nog korter: Ze was ver boven mijn stand.

Als fotograaf met de nodige ervaring voelde ik dat laatste wel aan, dus ik legde vrijwel elk moment van die avond vast met foto’s en video. Beelden die ik tot op de dag van vandaag niet zonder weemoed kan bekijken.

Omdat mijn wederhelft de etage in het grachtenpand onder mij bewoonde, vroeg ik Marieke wanneer ze weer naar huis wilde en zij antwoordde met de wedervraag: ‘Kan ik dan niet bij u blijven slapen?’

Natuurlijk kon dat. Of ik me er op dat moment ook bewust van was dat dit wel eens het einde van de BV kon betekenen die ik met mijn wederhelft deelde en daardoor indirect tevens het verlies van mijn fotostudio van 168 vierkante meter, dat weet ik niet meer zo goed. Wel wist ik heel zeker dat Marieke moest blijven die nacht.

Het licht in de bijkeuken was al uit en ik zag hoe mijn wederhelft de gordijnen van de slaapkamer in het achterhuis sloot. Ik was vrij. Gelukkig is er geen studiofotograaf in de wereld te vinden die niet ergens een matrasje heeft liggen. Voor de liggende poses, uiteraard.

Wat doen twee mensen die zichzelf als dominant zouden omschrijven op één matrasje? In eerste instantie veel vanilla seks die dan toch uiteindelijk niet helemaal bevredigt. Door liefde of door geilheid verblind beloofde ik haar dat ze een spel met mij mocht spelen. Jawel, met mij in de onderdanige rol. Als ik dit nu zo opschrijf realiseer ik me hoe wanhopig ik mij aan haar wilde binden.

In een fotostudio zijn altijd wel een paar kasten met accessoires en outfits die in noodgevallen bij een fotosessie gebruikt kunnen worden, dus binnen korte tijd stond zij voor mij als een Mistress in Shining Armour. Dit alles in de gedachte dat zij als Meesteres in opleiding toch mooi op mij kon oefenen.

Alleen dat spel lukte niet zo, hoe hard ik het ook probeerde. Steeds opnieuw begon ik bij elk commando dat zij gaf te giechelen als een waar psychiatrisch patiënt. Ik was bereid alles te faken om haar gelukkig te maken, maar mijn lichaam reageerde volledig averechts. De laatste keer dat ik zo dom had moeten giechelen was op de Middelbare School toen ik met een paar vriendjes een blokje van tien gram hasj buit had gemaakt.

Het spel was niet van lange duur. Marieke leek wat teleurgesteld, maar de sfeer was nu ook weer niet dusdanig verpest dat we ons niet opnieuw in vanilla seks stortten.

Het moet een uur of zeven in de ochtend zijn geweest toen ik wakker werd van een zacht bijten in mijn penis afgewisseld door zeer liefdevol pijpen. Ik deed mijn ogen open en Marieke kroop omhoog en fluisterde iets in mijn oor. Ik moest haar drie keer vragen wat zij gezegd had voordat ik haar ook echt verstond.

‘Ik wil dat u mij vastbindt!’

Nu had ik echt alles in huis, van tepelklemmen tot zwepen, maar het verdomde veiligheidstouw lag nog opgeslagen in een karntonnen doos op de etage van mijn wederhelft. Het leek me geen goed idee haar zo vroeg wakker te maken met de vraag waar die doos met het veiligheidstouw nu ook alweer stond.

Rommelend in het berghok waar ik vergeefs zocht naar henneptouw vond ik dertig meter netwerkkabel. Waarom niet, dacht ik. Gewoon een kwestie een combinatietang bij de hand houden en vooral die kabel niet te hard aantrekken. Ik had al tijden naar een goed spel verlangd en ik was bereid concessies te doen.

Maar alle perverse verhaaltjes die ik haar vertelde om in de stemming te komen en alle commando’s die ik haar gaf klonken even vals. Al snel begreep ik waarom. Ze was te jong en te fragiel om zich door een oude man als ik te laten fixeren. Het lukte me gewoon niet om overtuigend over te komen, maar ik was evenmin bereid op te geven. Dus na enige tijd lag zij geheel vastgebonden met haar handen op de rug en haar gezicht naar de vloer gericht op mijn Perzische tapijt.

In een poging stoer over te komen ging ik door mijn knieën en trok haar hoofd aan haar lange haar omhoog. Wat ik zag versteende me. Ze huilde en voordat ik iets had kunnen doen, sprak zij de woorden die me nog jaren zouden achtervolgen:

‘Uw hart is er niet bij…’

Als een razende begon ik overal de netwerkkabel door te knippen. Marieke stond gedecideerd op, zonder me nog een woord te gunnen, kleedde zich al even zwijgend aan, pakte haar spullen bijeen en verliet mijn studio, terwijl ik daar nog halfnaakt sprakeloos stond te zijn.

Die zien we nooit meer terug, dacht ik nog.

( wordt vervolgd )

Ai, Marieke (2)

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Vervolg op (Deel 1)

De officiële opening van het BDSM-huis was een succes, maar veel kreeg ik er niet van mee, want mijn ogen volgden voortdurend ‘Mijn Marieke’ die als Meesteres in opleiding bij wijze van ontgroening de taak toegewezen had gekregen om met een dienblad vol drankjes rond te lopen. De enige manier om weer even in haar ogen te kijken en een woord met haar te wisselen was mijn glas wat sneller leeg te drinken zodat ik haar kon wenken voor een vers drankje.

De herinnering aan de terugweg is wazig. Ik herinner me hoe mijn ook al niet zo nuchtere wederhelft op de voorbank van de taxi een monoloog afstak over het opkomend populisme in de kunst tegen een taxichauffeur die over een zeer beperkte woordenschat beschikte en waarschijnlijk nooit een museum had bezocht, terwijl ik op de achterbank bijzonder stiekem en halfslachtig mijn vanilla ex zat te vingeren in de hoop haar van het onderwerp Marieke af te houden. Hoe goed ik mijn wederhelft ook om de tuin had weten te leiden, mijn ex wist wel beter.

Eenmaal nuchter de volgende dag, nam ik een beslissing die ik zelden in mijn leven neem. Ik besloot verstandig te zijn. Ik trok me terug als waarnemend bedrijfsleider van het BDSM-huis en ik liet mijn agenda volplannen met studiofotografie in de hoop Marieke uit mijn hoofd te bannen.

De eerste werkdag was met een club Meesteressen, switches en slaven uit Antwerpen. Het fotograferen ging stroever dan ooit. Ik had steeds meer rookpauzes nodig en mijn modellen raakten geïrriteerd. Halverwege een gecompliceerde groepsfoto waarin een bejaarde Meesteres centraal moest staan deed ik een stap opzij, verloor mijn evenwicht en viel.

Ik gaf mijn kersverse kunstheup de schuld en dat was de waarheid, maar de hele groep staarde mij woedend aan. Een Meesteres schreeuwde me toe dat ik twaalf mensen helemaal uit Antwerpen had laten komen, terwijl ik van dronkenschap niet eens op mijn benen kon staan.

Misschien had ik inderdaad twee of drie drankjes gehad, maar mijn reputatie was me kennelijk zo ver vooruit gereisd dat men in Antwerpen ook wist wat mijn minder sterke kanten waren. Ik legde mijn camera neer en liep naar de badkamer. Ik bevond me daar nog geen vijf minuten of er werd op de deur geklopt. In de opening stond een van de switches met een mobiele telefoon in haar hand.

‘Marieke wil u graag spreken…’

Ik griste de telefoon uit haar hand en ik hoorde Marieke in haar mooie, zachte Vlaamse accent zeggen: ‘Het gaat niet goe(d) met u, althans dat zeggen ze mij.’ Ik weet niet meer wat ik allemaal heb gezegd, maar het moet onzin zijn geweest, want ze zei: ‘Ik kom nú naar u toe!’ Meteen daarna verbrak ze de verbinding.

Half verdoofd ging ik weer achter mijn zuilstatief staan en ik gaf aanwijzingen alsof ik echt wist hoe ik die meute vol onvrede moest regisseren. Ruw aan armen trekkend herschikte ik de groep een aantal malen en het moet er echt uitgezien hebben alsof ik ernstig aan het werk was, maar ik zag maar half wat ik fotografeerde want ik luisterde vooral naar het geluid van de sluiter van mijn camera. Klik, klik, klik. Het klonk als een geruststellende hartslag in mijn oren.

Twee uur en zo’n 700 klikken later ging de deurbel en Marieke liep met een bezorgde glimlach de studio binnen. Harder dan nodig was riep ik naar de Antwerpse groep: ‘Dat was het dan, kinderen! Inpakken en opsodemieteren nu!’

Tactisch was het niet, zakelijk ook niet, maar aan het beeld dat Belgen van Nederlanders hebben valt toch niet veel meer stuk te maken dan al eeuwen stuk is. Ik had nog wat gemopper van de groep verwacht, maar ze leken hoofdzakelijk blij te zijn dat ze van mij verlost waren.

Ik kneep Marieke bijna fijn in de omhelzing en over haar schouder heen zag ik nog net hoe de switch die mij de telefoon had aangereikt met bollend water in de ogen de studio verliet.

Het leven was mooi. Daar. Op dat moment.

( wordt vervolgd )